Spring naar inhoud

Verslag verantwoordingsorgaan

Verslag Verantwoordingsorgaan

Inleiding

Dit verslag van het verantwoordingsorgaan (VO) heeft betrekking op het verantwoordingsjaar 2024 dat eindigde op 31 december 2024. Het jaar 2024 stond volop in het teken van de Wtp (Wet toekomst pensioenen) en de daaruit voortvloeiende voorbereidingen op de transitie naar een nieuw pensioenstelsel

Jaarlijks geeft het VO een oordeel over het beleid van het bestuur van het pensioenfonds en de wijze waarop het beleid is uitgevoerd. Het VO gebruikt dit verslag om zijn oordeel uit te spreken over het gevoerde beleid van het bestuur. Daarnaast heeft het VO adviesrecht over bepaalde besluiten; een en ander conform art. 115a Pw. De rol van het VO is het vaststellen of de belangen van de verschillende belanghebbenden voldoende evenwichtig zijn afgewogen. In dit verslag vat het VO ook zijn adviezen aan het bestuur samen. De adviezen zijn gegeven indachtig de evenwichtige belangenbehartiging van actieve deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en de werkgevers.

Tot slot legt ook de RvT van het pensioenfonds verantwoording af aan het VO. Dit ziet onder meer toe op de uitvoering van de taken van de RvT en de wijze waarop de RvT zijn bevoegdheden heeft uitgevoerd.

Voor de vorming van zijn oordeel heeft het VO zich gebaseerd op overleggen met het bestuur en de RvT. Het VO heeft onbeperkt toegang gehad tot de notulen van de bestuurs- en raad van toezicht vergaderingen alsmede in de documenten behorende bij deze notulen en/of andere schriftelijke beleidsstukken.

Het bestuur heeft het VO in de gelegenheid gesteld te reageren op het (concept)jaarverslag over 2024. Het VO heeft gebruikgemaakt van deze mogelijkheid en heeft zijn commentaar aan het bestuur verstrekt voor verwerking in het definitieve jaarverslag.

Samenstelling en benoeming van het VO

Het VO bestaat uit drie leden. De werkgevers (Gasunie en GasTerra), de werknemers (via verkiezingen onder de medewerkers van Gasunie en GasTerra) en de gepensioneerden (via verkiezingen onder de pensioengerechtigde deelnemers) dragen ieder één lid voor. 

Ultimo 2024 was de samenstelling van het VO als volgt:

Aangesteld namens Naam Aanvang Einde
Werknemers Emiel Ekamper 20 april 2021 28 januari 2027
Werkgevers Erik Elzinga  1 oktober 2011  1 juli 2026
Gepensioneerden Tom Faas 28 januari 2015 28 januari 2027

Dhr. Elzinga en dhr. Faas zijn niet herbenoembaar na het einde van hun huidige termijnen. Dhr. Ekamper is na het einde van zijn huidige termijn nog één keer herbenoembaar voor een periode van vier jaar.

Het VO voldoet ultimo 2024 nog niet aan norm 35 van de Code Pensioenfondsen voor wat betreft  geslacht- of genderidentiteit. Bij toekomstige benoemingen roepen wij op hier rekening mee te houden. 

Overlegstructuur

Het VO heeft in 2024 periodiek overleg gevoerd met het bestuur over het gevoerde beleid en de voorgenomen en gemaakte beleidskeuzes. Gedurende 2024 hebben de volgende formele overleggen plaatsgevonden:

Overleg Datum
Overleg VO – (delegatie van het) bestuur 11 april en 6 september (regulier); 11 januari, 21 maart, 14 juni, 9 oktober, 10 december (Wtp).
Overleg VO – raad van toezicht 21 maart en 10 december.
Voorzittersoverleg VO – Voorzitter bestuur Na iedere bestuursvergadering (ca. 15 keer per jaar).

Het formele reguliere overleg met het bestuur vindt tweemaal per jaar plaats en ziet toe op de belangrijkste zaken die de voorbije periode plaatsvonden of gaan plaatsvinden. Aanwezig bij dit overleg zijn, naast de leden van het VO – de voorzitter van het bestuur alsmede de voorzitters van de beleggingsadviescommissie, pensioen- en communicatiecommissie en risk- en compliancecommissie. Ook is een afvaardiging van het bestuursbureau aanwezig.  

De ontwikkelingen rondom de transitie naar het nieuwe pensioenstelstel maakten dat er behoefte ontstond vanuit het VO om frequenter met het bestuur te spreken over de stand van zaken. In 2024 vond daarom een (circa) tweemaandelijks overleg plaats met het bestuur. 

Het formele overleg met de RvT vindt twee keer per jaar plaats en ziet ook toe op de belangrijkste zaken die de voorbije periode plaatsvonden of gaan plaatsvinden. Dit overleg vindt plaats zonder aanwezigheid van bestuursleden.

Daarnaast hebben de voorzitter van het VO en de voorzitter van het bestuur van het pensioenfonds na iedere bestuursvergadering een bilateraal formeel overleg. Tijdens dit overleg worden integraal en volgens een vaste systematiek de agendapunten en eventuele besluiten van de voorgaande bestuursvergadering besproken. Dit overleg wordt genotuleerd en gedeeld met de andere leden van het VO en waar nodig binnen het VO besproken.

Tot slot overlegt het VO ook met het bestuur en het bestuursbureau en met de RvT buiten de normale vergadercyclus om. Dit gebeurt bijvoorbeeld inzake het voorbereiden van adviesaanvragen. 

Gang van zaken in 2024

Wtp

 Net als 2023 stond het jaar 2024 voor het VO vooral in het teken van de Wtp. Sociale partners zijn voornemens om op 1 januari 2027 in te varen. De invoering van het nieuwe pensioencontract is één van de grootste wijzigingen binnen het pensioenfonds Gasunie in de laatste decennia. Dit vergt ook van het VO een zorgvuldige voorbereiding en frequent overleg met het bestuur en de RvT; een en ander in aanloop naar ons wettelijke verzwaarde adviesrecht met betrekking tot het voorgenomen invaarbesluit. Het VO heeft ter voorbereiding op de adviesaanvraag zichzelf bekwaamd in de Wtp-materie door het bijwonen van cursussen en trainingen, door kennis te nemen van documentatie en door zich periodiek door het bestuur te laten informeren. Ook heeft het VO gemeend dat het verstandig is om zich te laten bijstaan door een externe adviseur (Montae & Partners).  

Onderwerpen waarin het VO zich in 2024 heeft verdiept, zijn onder meer de risicopreferentie en -houding, de datakwaliteit, de financiële opzet en het Wtp communicatieplan. Daarnaast hebben we uiteraard kennisgenomen van de transitieplannen en daarover vragen gesteld. Het bestuur heeft ten aanzien van de vragen die het VO had telkens toereikend kunnen antwoorden en onze suggesties zijn overgenomen. 

We zien dat het bestuur, als ook de onderliggende commissies, openstaan voor verschillende invalshoeken en zich waar nodig laten bijstaan door ter zake kundige specialisten. Ook worden sleutelfunctiehouders actief betrokken en geeft het bestuur blijk van een goede relatie met de RvT. Het aspect van evenwichtigheid wordt ook in de onderbouwing bij de besluitvorming gemotiveerd. Hoewel we zien dat het bestuur – net als vele andere fondsen – sterk steunt op een aantal externe adviseurs, bestaat niet de indruk dat het bestuur zelf onvoldoende kennis heeft of onvoldoende kritisch is naar deze adviseurs. In deze context benadrukken we het belang van het behouden van eigen kennis, en – als gevolg van het vertrek van twee bestuursleden na de balansdatum – bij herbenoemingen hier expliciet rekening mee te houden.

Het VO verwacht in juni 2025 zijn definitieve advies te geven ten aanzien van het voorgenomen invaarbesluit. 

Benoeming Raad van Toezicht 

Op 1 oktober 2024 eindigde de zittingstermijn van mw. Horsmeier in de RvT. Om tijdig te anticiperen op haar vertrek, heeft het VO – met ondersteuning van het bestuursbureau – samen met de RvT een functieprofiel bepaald voor haar opvolging. In de periode februari-april 2024 heeft het VO het functieprofiel definitief vastgesteld en heeft het bestuursbureau namens het VO een wervings- en selectiebureau benaderd om een long list van mogelijke kandidaten voor te stellen. Het VO heeft uit deze long list vier kandidaten met verschillende achtergronden en competenties geselecteerd om deel te nemen aan de interviews. De interviews zijn gehouden door de drie leden van het VO, aangevuld met dhr. Hoos als toehoorder/vertegenwoordiger van de zittende leden van de RvT.

Tijdens de interviews heeft het VO een beeld gevormd van de achtergronden van de kandidaten, voor wat betreft kennis, ervaring en onafhankelijkheid. Op grond van de uitkomsten van de interviews heeft het VO unaniem besloten om mevrouw De Graaf voor te dragen als lid van de RvT.

Het VO spreekt langs deze weg nogmaals zijn dank uit aan mevrouw Horsmeier voor haar lange inzet voor het pensioenfonds. 

Adviesaanvragen

Het VO heeft in 2024 drie keer geadviseerd over in totaal vier adviesplichtige onderwerpen (nb: één van deze adviesaanvragen liep over vanuit boekjaar 2023).

Twee adviezen zagen toe op wijzigingen in het klachtenbeleid en het klachtenreglement en waren veelal formeel-technisch van aard. We konden ten aanzien van deze aanvragen positief adviseren.

Eén adviesplichtig onderwerp zag toe op het aanpassen van het rendement op de vastrentende waarden voor de vaststelling van de gedempte kostendekkende premie voor 2024. Wij konden ons vinden in het oordeel van het bestuur dat voornoemde aanpassing evenwichtig is, omdat de aanpassing onder meer geen consequenties had voor de hoogte van de feitelijke premie, de hoogte van de pensioenopbouw en de hoogte van de indexatie. Daarnaast deelden we de mening van het bestuur dat een inconsistentie in de gehanteerde actuariële parameters onlogisch en onwenselijk is. Het VO heeft hierbij ook kennisgenomen van de adviezen en de beoordelingen door de adviserend actuaris en de actuariële sleutelfunctiehouder.

Tot slot adviseerden wij positief inzake de aanpassing van het reglement RvT. De geringe aanpassingen aan het reglement zagen voornamelijk toe op het in lijn brengen van het reglement met de Code Pensioenfondsen d.d. 1 januari 2024. 

Uitvoeringskosten 2024

Het VO constateert dat de uitvoeringskosten in 2024 door de Wtp transitie aanzienlijk zijn beïnvloed. Het VO vindt dat het bestuur in zijn beleidskeuzes passende aandacht heeft besteed aan de beheersing van de kosten die gemoeid gaan met de pensioenregeling. We onderschrijven de mening van het bestuur dat de kosten voor de uitvoering van de pensioenregeling in 2024 aanvaardbaar zijn.

Het VO doet wel de aanbeveling om concreet na te denken tot welk kostenniveau de uitvoeringskosten aanvaardbaar zijn voor het bestuur. We roepen op hierbij niet louter aan de – vrij generieke – benchmark te toetsen, maar ook naar andere maatstaven te kijken, zoals bijvoorbeeld de langjarige gevolgen voor de verwachte pensioenopbouw. Ook vinden wij dat explicieter aandacht kan worden besteed aan de vraag welke extra kosten voor het behalen van doelstelling #4 (‘Het zorgdragen voor een adequate uitvoering van de pensioenregeling.’) het bestuur acceptabel vindt.  

Bevindingen Raad van Toezicht

Het VO heeft kennisgenomen van de bevindingen van de RvT. De aanbevelingen van de RvT worden door het VO onderschreven.

Oordeel

Naar onze mening heeft het bestuur in 2024 op professionele en adequate wijze zijn taken uitgevoerd. Dit is zowel van toepassing op de reguliere bestuursaspecten van het fonds, maar ook ten aanzien van de ontwikkelingen op het gebied van de Wtp. Het bestuur heeft naar onze mening de belangen van de actieve deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en de werkgevers telkens evenwichtig behandeld. 

Aandachtspunten 2025

Voor 2025 heeft het VO de volgende aandachtspunten:

  • Voortgang van het Wtp-traject;
  • Communicatie in het kader van de Wtp;
  • Ontwikkeling van de beheerskosten op middellange termijn;
  • Zelfevaluatie.

Tot slot

Het VO dankt de leden van de RvT en het bestuur voor de prettige samenwerking. We hopen de constructieve samenwerking het komende jaar te mogen continueren. Een woord van dank ook voor de medewerkers van het bestuursbureau. Zij hebben ondanks de aanhoudende drukte en alle complexe ontwikkelingen en vraagstukken rondom de Wtp het VO prettig en professioneel ondersteund, waarvoor onze oprechte erkenning.

E.S. (Emiel) Ekamper (voorzitter)
A.F. (Erik) Elzinga
A.E.C. (Tom) Faas

Reactie van het bestuur

Het bestuur dankt het VO voor dit verslag. De voorbereidingen voor de overgang naar een nieuwe pensioenregeling en voor het invaren van de bestaande aanspraken en rechten hebben geleid tot extra overleggen en ook tot extra verdiepende sessies zodat het VO zijn rol goed kan vervullen. Het bestuur is de leden van het VO erkentelijk voor hun (extra) inzet in 2024.

Het VO doet de aanbeveling om concreet na te denken tot welk kostenniveau de uitvoeringskosten aanvaardbaar zijn voor het bestuur. Het bestuur neemt deze aanbeveling ter harte. Voor de jaren 2025 en 2026 zullen de uitvoeringskosten naar alle waarschijnlijkheid fors hoger zijn dan normaal door de extra activiteiten rondom Wtp. Het bestuur stelt daarom voor om deze aanbeveling mee te nemen bij de beoordeling van de reguliere uitvoeringskosten met ingang van 2027. Deze kosten zullen naar verwachting in de loop van 2026 duidelijk worden.

Het bestuur bedankt het VO voor de inzet en voor de constructieve samenwerking gedurende het afgelopen jaar. Het bestuur kijkt ernaar uit om samen met het VO de overgang naar het nieuwe stelsel mee te maken, waarbij het bestuur de positief-kritische werkwijze van het VO zeer waardeert.