SFDR (Sustainable Finance Disclosure Regulation)
Bijlage
Model voor periodieke informatieverschaffing voor de financiële producten als bedoeld in artikel 8, leden 1, 2 en 2 bis, van Verordening (EU) 2019/2088 en artikel 6, eerste alinea, van Verordening (EU) 2020/852
Productbenaming: Stichting Pensioenfonds Gasunie
Identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI): 35KMR27T8BNUOZCFLU31
Ecologische en/of sociale kenmerken (E/S-kenmerken)
1. Heeft dit financiële product een duurzame beleggingsdoelstelling?
Ja
Er zijn duurzame beleggingen met een milieudoelstelling gedaan: ___%
in economische activiteiten die als ecologisch duurzaam zijn aangemerkt in de EU-taxonomie
in economische activiteiten die niet als ecologisch duurzaam zijn aangemerkt in de EU-taxonomie
Er zijn duurzame investeringen met een sociale doelstelling gedaan: ___%
Nee
Het product promootte ecologische/sociale (E/S) kenmerken en hoewel het geen duurzame beleggingen als doelstelling had, had het een minimumaandeel duurzame beleggingen van: ___%
met een milieudoelstelling in economische activiteiten die als ecologisch duurzaam zijn aangemerkt in de EU- taxonomie
met een milieudoelstelling in economische activiteiten die niet als ecologisch duurzaam zijn aangemerkt in de EU-taxonomie
met een sociale doelstelling
Het product promootte E/S-kenmerken, maar deed geen duurzame beleggingen
Duurzame belegging: een belegging in een economische activiteit die bijdraagt aan het behalen van een ecologische of een sociale doelstelling, mits deze belegging geen ernstige afbreuk doet aan ecologische of sociale doelstellingen en de ondernemingen waarin is belegd, praktijken op het gebied van goed bestuur toepassen.
De EU-taxonomie is een classificatiesysteem dat is vastgelegd in Verordening (EU) 2020/852. Het gaat om een lijst van ecologisch duurzame economische activiteiten. Die verordening bevat geen lijst van sociaal duurzame economische activiteiten. Duurzame beleggingen met een ecologische doelstelling kunnen wel of niet op de taxonomie zijn afgestemd.
Stichting Pensioenfonds Gasunie verbindt zich niet tot duurzame beleggingen zoals die gedefinieerd zijn in Verordening (EU) 2019/2088. Het is echter wel mogelijk dat deze in 2024 deel hebben uitgemaakt van de beleggingsportefeuille van Stichting Pensioenfonds Gasunie. De beleggingsportefeuille van Stichting Pensioenfonds Gasunie bevatte in 2024 geen beleggingen met een duurzame beleggingsdoelstelling.
2. In hoeverre is voldaan aan de ecologische en/of sociale kenmerken die dit financiële product promoot?
Hoe hebben de duurzaamheidsindicatoren gepresteerd?
Duurzaamheidsindicatoren meten hoe de ecologische of sociale kenmerken die het financiële product promoot, worden verwezenlijkt.
Beleggingen van het fonds in aandelen, bedrijfsobligaties, onroerend goed en hypotheken hebben in 2024 zowel ecologische- (E) als sociale karakteristieken (S) gepromoot, zoals bedoeld in artikel 8 van de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR).
1. Het fonds heeft in 2024 belegd conform de normen en waarden van de deelnemers. Het fonds belegde daarom volgens de duurzaamheidsprincipes van de UNPRI en UN Global Compact. Het fonds heeft wat betreft de aandelenportefeuille uitgesloten op basis van directe betrokkenheid bij controversiële wapens en nucleair. Producenten van tabak zijn in 2024 ook uitgesloten, alsmede bedrijven die zich richten op arctisch boren, thermische kolen en ¨oil sands¨. In de bedrijfsobligatieportefeuille zijn in 2024 de beleggingen in bedrijven met een slechte ESG controversy score zoveel als mogelijk beperkt. Wat betreft bedrijven met de slechtste ESG controversy score, hierin belegt het fonds eind 2024 minder dan de benchmark. De ESG controversy score is bepaald op basis van ESG relevante incidenten en gemonitord door Sustainalitics. Voordat er sprake was van het uitsluiten van bepaalde bedrijven is eerst door engagen geprobeerd om de ESG controversy score te verbeteren.
2. Het fonds heeft in 2024 actief invulling gegeven aan de maatschappelijke rol die het als institutionele belegger kan spelen via het duurzaam beleggen beleid voor een beter milieu en een betere maatschappij. De aandelenportefeuille van het fonds heeft per eind 2024 een 19% hogere ESG-score dan de standaard benchmark. Het fonds streeft een 20% hogere ESG-score na. Het fonds gebruikt hiervoor ESG data van MSCI. De vastgoedportefeuille van het fonds heeft eind 2024 een hogere GRESB score (91) dan de gemiddelde GRESB score (88). Zowel wat betreft de aandelenbeleggingen als de onroerend goed beleggingen heeft het fonds in 2024 zo op Algemene vergaderingen van Aandeelhouders gestemd dat een bijdrage is geleverd voor een beter milieu en een betere maatschappij. Eind 2024 is het fonds belegd in 67 Europese staats(gerelateerde) obligaties. De beleggingen in staats(gerelateerde) obligaties bestaan voor 17,0% uit green bonds, voor 0,7% uit social bonds en voor 4,9% uit sustainable bonds, dit is gezamenlijk 23,6% van het totaal aan staats(gerelateerde) obligaties. Eind 2023 was dit gewicht 15,8%.
3. Het fonds heeft in 2024 een bijdrage geleverd aan het beperken van de klimaatverandering. De aandelenportefeuille van het fonds is per eind 2024 belegd conform een op maat gemaakte ACWI Climate Transition Benchmark. De bedrijven waarin het fonds per eind 2024 belegd is hebben een CO2 voetafdruk van 263 (ton CO2/mEUR EVIC), 32% lager dan de CO2 voetafdruk van de standaard ACWI benchmark met 388 (ton CO2/mEUR EVIC). In de hypothekenportefeuille van het fonds zijn hypotheekgevers in 2024 aangemoedigd om energie besparende maatregelen te nemen. Aanvullende financiering om het huis te vergroenen is in 2024 met een korting verkregen. Het percentage energielabel A of hoger ligt hoger dan de benchmark. Eind 2024 behoort 28% van de woningen gefinancierd door de door het fonds verstrekte hypotheken tot de 15% meest energiezuinige woningen van Nederland met energielabel A en beter. Ook leverde dit een CO2 besparing door energiebesparende maatregelen. De CO2 voetafdruk van de kredietobligatieportefeuille komt per eind 2024 uit op 89,9 (ton CO2/mEUR EVIC), 1,6% lager dan de CO2 voetafdruk van de standaard benchmark met 91,4 (ton CO2/mEUR EVIC). Wat betreft de hypotheekbeleggingen heeft het fonds, door energiebesparende maatregelen is de CO2 uitstoot gereduceerd van 1190 naar 1066 ton CO2 voor de volledige hypothekenportefeuille.
2.1 En hoe was de prestatie in vergelijking tot voorafgaande perioden?
Er is over 2023 niet gerapporteerd over bovengenoemde duurzaamheidsindicatoren.
2.2 Wat waren de doelstellingen van de duurzame beleggingen die het financiële product gedeeltelijk heeft gedaan en hoe droeg de duurzame belegging bij tot die doelstellingen?
Het fonds heeft geen duurzame beleggingen gedeeltelijk gedaan.
2.3 Hoe hebben de duurzame beleggingen die dit financiële product gedeeltelijk heeft gedaan geen ernstige afbreuk gedaan aan ecologisch of sociaal duurzame beleggingsdoelstellingen?
Omdat het fonds geen duurzame beleggingen gedeeltelijk heeft nagestreefd is dit niet van toepassing.
3. Hoe is in dit financiële product rekening gehouden met de belangrijkste ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren?
De belangrijkste ongunstige effecten zijn de belangrijkste negatieve effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren die verband houden met ecologische en sociale thema’s en arbeidsomstandigheden, eerbiediging van de mensenrechten en bestrijding van corruptie en omkoping.
Het fonds heeft in 2024 niet alle belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren in aanmerking genomen zoals die zijn gedefinieerd in de wet. Voor pensioenfondsen is er ruimte om te kiezen of zij dit wel of niet doen. Wel legt het fonds uit wat de redenen zijn voor het niet in aanmerking nemen van de belangrijkste ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren. Het fonds neemt een aantal ongunstige effecten wel mee in het beleggingsbeleid. Het gaat daarbij om de volgende onderwerpen:
- CO2 voetafdruk bedrijven;
- Schending van de duurzaamheidsprincipes van UNGC en OESO;
- Blootstelling aan controversiële wapens;
- Blootstelling aan productie chemische stoffen;
- Blootstelling aan schending mensenrechten;
- Blootstelling aan omkoping en corruptie.
4. Wat waren de grootste beleggingen van dit financiële product?
| Waardepapier | Assetcategorie | Sector | Waarde (EUR) | % van portefeuille | Land |
|---|---|---|---|---|---|
| APPLE INC | Aandelen | Informatietechnologie | 52.707.425 | 2,3% | US |
| NVIDIA CORP | Aandelen | Informatietechnologie | 49.226.266 | 2,2% | US |
| FRENCH REPUBLIC ZCP 08-10-25 | Vastrentende waarden | Overheid | 46.156.350 | 2,0% | FR |
| GERMAN TREASURY BILL ZCP 14-05-25 | Vastrentende waarden | Overheid | 45.291.671 | 2,0% | DE |
| MICROSOFT CORP | Aandelen | Informatietechnologie | 44.372.085 | 2,0% | US |
| NETHERLANDS GOVERNMENT 3.25% 15-01-44 | Vastrentende waarden | Overheid | 32.373.388 | 1,4% | NL |
| AMAZON.COM INC | Aandelen | Cyclische goederen | 29.131.941 | 1,3% | US |
| UNITED STATES TREASURY BILL ZCP 25-03-25 | Vastrentende waarden | Overheid | 23.052.719 | 1,0% | US |
| UNITED STATES TREASURY BILL ZCP 18-02-25 | Vastrentende waarden | Overheid | 20.073.275 | 0,9% | US |
| DUTCH TREASURY CERTIFICATE ZCP 30-01-25 | Vastrentende waarden | Overheid | 19.956.400 | 0,9% | NL |
| FRANCE TREASURY BILL BTF ZCP 26-03-25 | Vastrentende waarden | Overheid | 19.882.400 | 0,9% | FR |
| NETHER 0 01/15/52 | Vastrentende waarden | Overheid | 19.871.640 | 0,9% | NL |
| RAGB 3.8 01/26/62 | Vastrentende waarden | Overheid | 19.786.461 | 0,9% | AT |
| UNITED STATES TREASURY BILL ZCP 01-04-25 | Vastrentende waarden | Overheid | 19.306.439 | 0,9% | US |
| UNITED STATES TREASURY BILL ZCP 11-03-25 | Vastrentende waarden | Overheid | 18.395.676 | 0,8% | US |
De lijst bevat de beleggingen die het grootste aandeel beleggingen van het financiële product vormen tijdens de referentieperiode, te weten: 2024.
5. Wat was het aandeel duurzaamheidsgerelateerde beleggingen?
Het aandeel duurzaamheidsgerelateerde beleggingen was 65,6%.
5.1 Hoe zag de activa-allocatie eruit?
De activa-allocatie van het fonds per eind 2024 is bepaald op de werkelijke gewichten voor Aandelen (49,4%), Staats(gerelateerde) obligaties en covered bonds (22,6%), Grondstoffen (6,5%), Bedrijfsobligaties (6,1%), Hypotheken (5,3%), Onroerend goed beursgenoteerd (4,8%), Onroerend goed niet beursgenoteerd (4,8%) en Kas+renteswaps (0,5%). Op basis van onderstaande indeling valt hiervan:
- onder categorie #1A: totaal 0%;
- onder categorie #1B: Aandelen, Bedrijfsobligaties, Onroerend goed niet beursgenoteerd en Hypotheken, totaal 65,6%;
- onder categorie #2: Staats(gerelateerde) obligaties en covered bonds, Grondstoffen, Onroerend goed beursgenoteerd en Kas+renteswaps, totaal 34,4%.
De activa-allocatie beschrijft het aandeel beleggingen in bepaalde activa.
#1 Afgestemd op E/S kenmerken omvat de beleggingen van het gebruikte financiële product om te voldoen aan de ecologische of sociale kenmerken die het financiële product promoot.
#2 Overige omvat de overige beleggingen van het financiële product die niet zijn afgestemd op de ecologische of sociale kenmerken en evenmin als duurzame belegging kwalificeren.
De categorie #1 Afgestemd op E/S kenmerken omvat:
- Subcategorie #1A Duurzaam omvat duurzame beleggingen met ecologische of sociale doelstellingen.
- Subcategorie #1B Overige E/S kenmerken omvat beleggingen die zijn afgestemd op de ecologische of sociale kenmerken die niet als duurzame belegging kwalificeren.
5.2 In welke economische sectoren werd belegd?
| Sector | % van portefeuille |
|---|---|
| Overheden | 26,2% |
| Informatietechnologie | 13,7% |
| Consumentengoederen | 12,6% |
| Vastgoed | 10,6% |
| Financiele instellingen | 10,5% |
| Industrie | 6,0% |
| Gezondheidszorg | 4,6% |
| Supranationalen | 3,0% |
| Energie | 2,3% |
| Door onderpand gedekt | 1,7% |
| Grondstoffen | 1,6% |
| Nutsvoorzieningen | 1,3% |
| Overig | 5,8% |
6. In hoeverre waren de duurzame beleggingen met een ecologische doelstelling afgestemd op de EU-taxonomie?
0%, aangezien dit onderdeel betrekking heeft op duurzame beleggingen.
Om te bepalen of aan de EU-taxonomie wordt voldaan, bevatten de criteria voor fossiel gas emissiegrenswaarden en de omschakeling naar hernieuwbare energie of koolstofarme brandstoffen tegen eind 2035. Voor kernenergie bevatten de criteria uitgebreide regels inzake veiligheid en afvalbeheer.
Faciliterende activiteiten maken het rechtstreeks mogelijk dat andere activiteiten een substantiële bijdrage leveren aan een ecologische doelstelling.
Transitieactiviteiten zijn activiteiten waarvoor nog geen koolstofarme alternatieven beschikbaar zijn en die onder meer broeikasemissieniveaus hebben die overeenkomen met de beste prestaties.
6.1 Heeft het financiële product belegd in activiteiten in de sectoren fossiel gas en en/of kernenergie die aan de EU-taxonomie voldoen?
Ja
In fossiel gas
In kernenergie
Nee
Activiteiten in de sectoren fossiel gas en/of kernenergie zullen alleen aan de EU-taxonomie voldoen indien zij bijdragen aan het beperken van de klimaatverandering (“klimaatmitigatie”) en geen ernstige afbreuk doen aan de doelstellingen van de EU-taxonomie. De uitgebreide criteria voor economische activiteiten in de sectoren fossiel gas en kernenergie die aan de EU-taxonomie voldoen, zijn vastgesteld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1214 van de Commissie.
De onderstaande grafieken tonen in groen het percentage beleggingen dat was afgestemd op de EU- taxonomie. Aangezien er geen geschikte methode is om te bepalen of overheidsobligaties zijn afgestemd op de taxonomie*, toont de eerste grafiek de afstemming op de taxonomie voor alle beleggingen van het financiële product, met inbegrip van overheidsobligaties, terwijl de tweede grafiek de afstemming op de taxonomie toont voor uitsluitend de beleggingen van het financiële product anders dan in overheidsobligaties.
* In deze grafieken omvatten ‘overheidsobligaties’ alle blootstellingen aan overheidsschulden.
6.2 Wat was het aandeel beleggingen in transitie- en faciliterende activiteiten?
0%. Over 2024 was er geen minimumaandeel gedefinieerd omdat het fonds zich niet heeft gecommitteerd aan duurzame beleggingen met een milieudoelstelling die zijn afgestemd op de EU-taxonomie.
6.3 Hoe verhield het percentage op de EU-taxonomie afgestemde zich tot eerdere referentieperiodes?
In voorgaande periodieke verslagen is hier niet over gerapporteerd.
7. Wat was het aandeel duurzame beleggingen met een ecologische doelstelling die niet op de EU-taxonomie zijn afgestemd?
Niet van toepassing, aangezien dit onderdeel betrekking heeft op duurzame beleggingen.
8. Wat was het aandeel van sociaal duurzame beleggingen?
Niet van toepassing, aangezien dit onderdeel betrekking heeft op duurzame beleggingen.
9. Welke beleggingen zijn opgenomen in #2. Overige? Waarvoor waren deze bedoeld en waren er ecologische of sociale minimumwaarborgen?
Beleggingen in staats(gerelateerde) obligaties en covered bonds, grondstoffen, onroerend goed beursgenoteerd en kas+renteswaps vallen onder categorie #2 Overige. Deze categorieën zijn in 2024 gebruikt om het renterisico van het fonds af te dekken, aan de verplichtingen te voldoen en rendement te genereren. Hiervoor golden geen ecologische of sociale minimumwaarborgen.
10. Welke maatregelen zijn er in de referentieperiode getroffen om aan de ecologische en/of sociale kenmerken te voldoen?
Gedurende 2024 zijn onderstaande maatregelen getroffen om te voldoen aan de ecologische en/of sociale kenmerken:
Engagement
De vermogensbeheerders voor de beleggingscategorieën aandelen, bedrijfsobligaties en onroerend goed zijn in gesprek gegaan met ondernemingen waarin wordt belegd.
Stemmen
Daarnaast hebben de vermogensbeheerders voor de beleggingscategorieën aandelen en onroerend goed actief gebruik gemaakt van aandeelhoudersrechten om lange termijn waarde creatie te bevorderen bij de ondernemingen waarin wordt belegd.
11. Hoe heeft dit product gepresteerd ten opzichte van de referentiebenchmark?
Referentiebenchmarks zijn indices waarmee wordt gemeten of het financiële product voldoet aan de ecologische of sociale kenmerken die dat product promoot.
Voor dit financiële product is geen specifieke index als referentiebenchmark aangewezen om te meten of het financiële product voldoet aan de ecologische of sociale kenmerken die het promoot. Daarom is deze vraag niet van toepassing.
11.1 Waarin verschilt de referentiebenchmark van de brede marktindex?
Niet van toepassing, omdat er geen specifieke index als referentiebenchmark is aangewezen om te bepalen of dit financiële product is afgestemd op de ecologische en/of sociale kenmerken die het promoot.
11.2 Hoe heeft dit financiële product gepresteerd wat betreft de duurzaamheidsindicatoren voor het bepalen van de afstemming van de referentiebenchmark op de gepromote ecologische of sociale kenmerken?
Niet van toepassing, omdat er geen specifieke index als referentiebenchmark is aangewezen om te bepalen of dit financiële product is afgestemd op de ecologische en/of sociale kenmerken die het promoot.
11.3 Hoe heeft dit financiële product gepresteerd ten opzichte van de referentiebenchmark?
Niet van toepassing, omdat er geen specifieke index als referentiebenchmark is aangewezen om te bepalen of dit financiële product is afgestemd op de ecologische en/of sociale kenmerken die het promoot.
11.4 Hoe heeft dit financiële product gepresteerd ten opzichte van de brede marktindex?
Niet van toepassing, omdat er geen specifieke index als referentiebenchmark is aangewezen om te bepalen of dit financiële product is afgestemd op de ecologische en/of sociale kenmerken die het promoot.