Verslag Raad van Toezicht
Inleiding
Dit verslag van de Raad van Toezicht (RvT) betreft het jaar 2024.
Met de inwerkingtreding van de Code Pensioenfondsen 2024 (CP24) heeft de RvT de opzet van zijn rapportage gewijzigd, en doet hiermee verslag van de invulling door alle betrokkenen bij pensioenfonds Gasunie van ‘Goed Pensioenfondsbestuur’.
Taak en werkwijze Raad van Toezicht
De RvT heeft op grond van de Pensioenwet tot taak het houden van toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in het pensioenfonds, met daarbij aandacht voor adequate risicobeheersing en evenwichtige belangenafweging.
De RvT wil zijn toezichtstaak zodanig uitvoeren dat het bijdraagt aan een effectief en slagvaardig functioneren van het pensioenfonds. Daarbij is het de intentie om invulling te geven aan een brede taakopvatting met een kritische en onafhankelijke blik, gericht op de implementatie van de strategische doelstellingen van het fonds en het behouden, en waar nodig verbeteren, van de voorwaarden waaronder de gehele fondsorganisatie haar werkzaamheden ten behoeve van de deelnemers kan volbrengen.
Met de regelgeving van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) verkrijgt het Intern Toezicht, bij pensioenfonds Gasunie de RvT, aanvullende verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Dit noopte de RvT tot een herbezinning over de balans tussen ‘betrokkenheid’ vs. ’onafhankelijkheid’, waarbij niet altijd makkelijke keuzes voorlagen. Gedurende 2024 nam de RvT (of een van haar leden) deel aan circa 20 formele vergaderingen met diverse fondsorganen.
Samenvattend oordeel
De RvT heeft het functioneren van het bestuur van het fonds gedurende 2024 gevolgd en onderzocht. De RvT stelt vast dat het beleid van het bestuur zorgvuldig tot stand is gekomen en uitgevoerd, en dat daarmee het bestuur, naar het oordeel van de RvT, gedurende 2024 ´in control´ was en de continuïteit van het fonds in voldoende mate heeft geborgd. Het fonds betrekt de 'evenwichtige belangenafweging' in meer dan voldoende mate bij haar besluitvormingstrajecten en beschikt over een 'adequate risicobeheersing'.
Observaties van de Raad van Toezicht
1 Goed zorgen voor het pensioen van belanghebbenden,
start vanuit het gekozen bestuursmodel met een gedegen governance en beleid op basis van de belangen van de deelnemers waarover helder gecommuniceerd wordt.
Het functioneren van de governance
Het fonds hanteert het paritair bestuursmodel en de governance is conform wet- en regelgeving ingericht. Beleidsbepaling en besluitvorming geschieden door het bestuur, na voorbereiding door een van de commissies (PCC, RCC, BAC), met uitzondering van Wtp. Uitvoering en coördinatie van het beleid is belegd bij het bestuursbureau, alsmede de uitbestedingspartijen. Verantwoording over het gevoerde beleid en het toezicht daarop geschiedt aan het verantwoordingsorgaan (VO), respectievelijk door de RvT.
Beleid van het bestuur
Het bestuur pakt zijn taken professioneel op en beziet jaarlijks of de fondsdoelstellingen en de strategische koers nog adequaat gerealiseerd worden, dan wel bijstelling behoeven. Het bestuur betrekt hierbij nadrukkelijk de belangen van de deelnemers, deze worden periodiek uitgevraagd (risicopreferentieonderzoek, enquêtes).
Communicatie
Het fonds communiceert frequent en planmatig met zijn deelnemers door middel van een scala aan uitingen. Belangrijke fondsdocumenten zijn openbaar (website) en voor grote thema’s worden aanvullende, gerichte, communicatie-acties ondernomen.
2 Goed besturen,
is teamwork en geschiedt door een transparante, deskundig bemenste organisatie op basis van een vastgelegde taakverdeling.
Bestuur
Het bestuur initieert nieuw beleid en besluit na voorbereiding in een van de commissies, op basis van gedocumenteerd onderzoek, en in notulen vastgelegde overwegingen door het gehele bestuur, met aandacht voor evenwichtige belangenbehartiging en risicomanagement.
Pensioen- en communicatiecommissie
Het pensioenbeleid, de uitvoering van de pensioenregeling, de communicatie met de deelnemers, vormen het reguliere domein van de pensioen- en communicatiecommissie.
De PCC kwam in 2024 zevenmaal bijeen. De PCC werkt met een jaarplan voor het reguliere ’onderhoud’ van beleidsdocumenten. Deze planning werd volledig afgewerkt. Diverse beleidsdocumenten werden geactualiseerd en/of voorzien van actuele parameters.
Daarnaast werd een belangrijk deel van de werkzaamheden van de PCC bepaald door de aanstaande Wtp-transitie, welke soms, maar helaas niet altijd, kon worden gecombineerd met de reguliere werklast. Dit gold evenzo voor een aantal beleidsdocumenten welke aanpassing behoefden na inwerkingtreding van de Code Pensioenfondsen 2024. Pensioenfonds Gasunie sloot aan bij de Geschilleninstantie Pensioenfondsen (GIP) en de bestaande klachtenprocedure werd hiertoe licht aangepast.
Ter vereenvoudiging van de uitvoering in de toekomst wordt in goed overleg met de werkgever gewerkt aan een oplossing voor het ‘derdenpensioen’. Belangrijk voorbereidend werk in het kader van de Wtp-transitie werd gedaan in de dossiers ‘communicatie’ en ‘keuzebegeleidingsbeleid’.
Ten behoeve van het communicatieplan is een deelnemersonderzoek uitgevoerd, dat input gaf voor het plan; deze data zijn tevens bruikbaar voor het communicatieplan 2025-2026 e.v. van het fonds. Vanwege de omvang werd dit dossier in een aantal fasen behandeld. Voor het keuzebegeleidingsbeleid werd een eerste invulling gegeven aan de open norm in de wet, mede gebruikmakend van de daarover gepubliceerde uitwerkingen van de Pensioenfederatie en de AFM. Onderzocht werd in hoeverre aansluiting kon worden gevonden bij de ‘communicatie-infrastructuur’ van pensioenuitvoeringsorganisatie AZL. Nadere concretisering vindt plaats in 2025, en vormt uiteindelijk ook mede een cruciaal onderdeel van het toekomstige communicatiebeleidsplan.
Tegen het einde van het jaar werden het pensioenreglement en de ABTN (nogmaals) aangepast teneinde het per september 2024 gewijzigde Toeslagbeleid per 2025 te kunnen effectueren.
Beleggingsadviescommissie
De beleggingsadviescommissie wordt ondersteund door het bestuursbureau, aangevuld met ervaren externe deskundigen, waardoor een brede discussie gevoerd wordt, gedragen door een brede visie. Hierbij komen de beleggingen, de beleggingsrisico’s en het financieel beheer aan de orde en worden deze grondig en vanuit diverse invalshoeken beschouwd. Dit komt de adviezen en onderbouwing van de beleggingsadviescommissie en de besluitvorming in het bestuur ten goede.
Het fonds heeft een beleggingscyclus waarbij de aansluiting met de risicohouding duidelijk is vastgelegd. De RvT is tevreden over hoe de informatie wordt besproken en de goed voorbereide stukken worden bediscussieerd.
ESG en beleggingen is een speerpunt geworden. ESG is meegenomen in de verwoording in de investment beliefs en binnen de investmentcases. Tijdens het risicopreferentieonderzoek is aan de deelnemers specifiek gevraagd naar hun wensen op dit gebied. Daarbij kwam naar voren dat de visie wisselend is, maar de meerderheid het wel erg belangrijk vindt. Dat past bij de eerder door het bestuur uitgesproken ambitie op ESG-gebied, zonder daarbij het rendement te veronachtzamen. Een goede rapportage is daarbij van belang en daar is veel aandacht aan besteed. Deze rapportage is inmiddels ingericht.
In 2024 stond de Wtp centraal. De BAC heeft hier veel tijd en aandacht aan besteed (er is afgelopen jaar 13 keer vergaderd). Er is een volledige ALM-studie uitgevoerd, waarbij richting het invaren zelf nog een nadere invulling van de portefeuille inclusief omzetting zal volgen. Ook hier zijn grondig alle voor- en nadelen door bestuur en BAC goed afgewogen, hetgeen de besluitvorming ten goede is gekomen.
In de zelfevaluatie kwam als punt naar voren dat veel punten vaak terugkomen op de agenda van de BAC. Dat is op zich geen probleem omdat er altijd een gedegen stuk naar het bestuur gaat. En ook logisch omdat in de oordeelsfase niet alles in één keer hoeft te staan. Bij de selectie van een zorgvastgoedfonds is een gedegen en goed proces doorlopen.
De countervailing power in het bestuur en de discussies naar aanleiding van de inbreng van de BAC in het bestuur zijn goed.
Risicocompliancecommissie (RCC)
Het fonds gebruikt het ‘3 lines’-model voor de verdeling van verantwoordelijkheden van de risicobeheersing en in het kader van de internal controls. De RCC heeft een adviserende rol naar het bestuur waar het risicomanagement betreft. De RCC werkt conform een jaarlijks vast te stellen plan waarbij de monitoring van financiële en niet-financiële risico’s een belangrijke rol speelt.
Het bestuur heeft in het laatste kwartaal een externe sleutelfunctiehouder Risicobeheer aangesteld die standaard de vergaderingen bijwoont van de RCC. Die aanstelling heeft ertoe geleid dat concreter invulling kan worden gegeven aan eerstelijns en tweedelijns risicorapportages. Dit uit zich in een meer expliciete weging van de verschillende risico’s in de besluitvorming van het bestuur. Een voorbeeld daarvan is de vaststelling van het evenwichtigheidskader. Mede door de risico-opinie van de sleutelfunctiehouder Risicobeheer heeft het bestuur een verdiepingsslag gemaakt bij de besluitvorming daarover. Het bestuur had in dat opzicht ook nog wel een slag te maken. Hoewel op papier het integraal risicomanagement op orde is, was de uitwerking daarvan in de praktijk niet altijd conform het in dat plan neergelegde kader. Dat uitte zich met name in het risicodenken met betrekking tot ICT. Door de verplichting om in januari 2025 DORA te implementeren is met name wat ICT betreft veel ingehaald en bestaat een grotere focus op ICT. Het ICT-beleidsplan is geactualiseerd, het incidentenbeleid is geactualiseerd en een Business Control Program is opgezet.
In 2024 is in de RCC veel aandacht geweest voor de risico’s die de uitbesteding aan CACEIS met zich bracht. Ook de wijze waarop AZL zich voorbereidt op de Wtp is een terugkerend onderwerp op de agenda van de RCC geweest. De monitoring van de RCC waar het die voorbereiding betrof, bleek terecht. De invaardatum die het fonds voor ogen had is een jaar opgeschoven, onder meer omdat AZL niet te veel fondsen op dezelfde datum wilde laten invaren en de planning daarop heeft aangepast. In het kader van de Wtp heeft met name het datakwaliteitsbeleid een grote rol gespeeld bij de RCC. In 2024 zijn de fases 1 en 2 (conform het kader dat de Pensioenfederatie hiertoe heeft opgesteld) afgerond.
In 2024 is ook de driejaarlijkse ERB gehouden. De wijze waarop deze tot stand is gekomen, is eveneens een voorbeeld van een grotere volwassenheid van het bestuur waar het expliciet nadenken over risico’s betreft.
3 Effectief intern toezichthouden en controle uitoefenen,
maken integraal deel uit van de processen binnen het fonds, eigenstandige signalering verhoogd de kwaliteit van het (gevoerde) beleid.
Sleutelfunctiehouders (SFH's)
De drie sleutelfuncties zijn ingericht en werken volgens afgestemde (meerjaren)plannen en rapporteren periodiek. Waar de actualiteit dat vraagt signaleren de SFH’s dit en brengen hun bevindingen onder de aandacht van de relevante fondsorganen. Sinds 2024 vindt periodieke afstemming tussen de SFH’s plaats, hetgeen de efficiency van hun werkzaamheden, met name in het Wtp-traject, ten goede komt.
Compliance
Het fonds voldoet aan wet- en regelgeving. Hierop wordt toegezien door een externe complianceofficer, die jaarlijks aan het bestuur rapporteert. De complianceofficer is op eigen verzoek aangeschoven bij het sleutelfunctiehoudersoverleg. Dit vergroot de betrokkenheid en de rol van deze functie binnen het fonds.
Intern toezicht
De werkwijze van de RvT is hierboven toegelicht. Naast de gebruikelijke aandacht voor de reguliere bestuursagenda (bestuur en commissies) en verantwoording (VO) nam in 2024, vanwege het Wtp-traject, de intensiteit van de werkzaamheden toe. De verdieping van de werkzaamheden rondom Wtp, tezamen met het VO vond de RvT waardevol.
4 Verantwoording en inspraak organiseren,
leiden tot reflectie op het bestuurlijk handelen en vergoten het draagvlak.
Verantwoordingsorgaan
Het VO is paritair samengesteld en heeft toegang tot alle fondsdocumenten. Na elke bestuursvergadering wordt het VO geïnformeerd. De rol van het VO in het Wtp-traject wordt onderkend en gefaciliteerd. Het VO heeft een exclusieve adviseur t.b.v. de transitievoorbereidingen. In de opzet van het Wtp-project zijn diverse verdiepingssessies gepland en wordt de besluitvorming planmatig georganiseerd.
Vereniging Gepensioneerden Gasunie (VGG) en Vereniging Inactieven Gasunie (VIG)
Naast de VGG, welke vanouds bestuurlijk vertegenwoordigd is, heeft het fonds zich ingespannen om ook de inactieve deelnemers een stem te geven in de aanstaande Wtp-transitie. Dit heeft geleid tot de oprichting van de VIG. VGG en VIG worden actief geïnformeerd over de Wtp en maken gebruik van hun hoorrecht bij het transitieplan van sociale partners.
5 Effectief functioneren van fondsorganen,
is voorwaardelijk om de fondsdoelen te bereiken.
Kwaliteit
De bemensing van alle fondsorganen voldoet aan de voor de functie bestaande geschiktheidseisen; aan de diversiteitseisen wordt voldaan. Voor alle fondsorganen is de afbakening van taken en bevoegdheden beschreven in o.a. de statuten en reglementen per orgaan.
Evaluatie
Bij alle fondsorganen vindt een jaarlijkse (zelf-)evaluatie plaats, periodiek onder begeleiding van een externe deskundige. Partijen waaraan werkzaamheden worden uitbesteed worden door het fonds periodiek geëvalueerd. Het bestuursbureau is in 2024 uitgebreid, waarbij zowel de toegenomen reguliere werkzaamheden als de Wtp-werkzaamheden in beschouwing zijn genomen.
Aanbevelingen
Gezien het intensieve contact tussen de diverse fondsorganen en de RvT, worden ideeën, adviezen en aanbevelingen van de RvT(-leden) in de regel direct gecommuniceerd. Naar aanleiding van de ‘review 2024’ door de RvT, en een aantal gesprekken t.b.v. deze rapportage noteert de RvT hierbij de belangrijkste aanbevelingen.
- Blijvende bezorgdheid over mate waarin de pensioenuitvoeringsorganisatie gedane toezeggingen in het kader van de Wtp-transitie tijdig kan nakomen.
- Blijvende bezorgdheid over de mate van belasting van de leden van het bestuursbureau; na de recente uitbreidingen bij het bestuursbureau is het belangrijk om de taken en verantwoordelijkheden binnen het bestuursbureau goed te structureren.
- Overweeg de noodzaak van scenarioplanning in geval van een uitstel van de transitiedatum als gevolg van niet beïnvloedbare omstandigheden.
- Het BOB-model meer expliciet toepassen in de voorleggers met meer aandacht voor de risico-opinies van de eerste lijn.
2024
Gedurende 2024 werd de impact van de Wtp ten volle duidelijk. De facto werden álle fondsorganen geconfronteerd met een nagenoeg ‘verdubbelde agenda’. Dit leidde tot verhoogde belasting van vele betrokkenen, welke slechtst ten dele kon worden gecompenseerd door de uitbreiding van zowel interne, als externe capaciteit. De Raad heeft dan ook veel respect en waardering voor de inzet van het gehele team van Pensioenfonds Gasunie voor het goede bestuur over 2024 en is vol vertrouwen voor continuering van het goede bestuur in 2025.
In 2024 defungeerde Dick Vermeulen als lid van het bestuur, en Diana Horsmeijer als lid van de RvT. De RvT bedankt beiden graag hartelijk voor hun inbreng en de goede samenwerking.
Groningen, mei 2025
Hennie de Graaf
Haitse Hoos
Thijs Driessen (vz.)
Reactie van het bestuur
Het bestuur heeft met veel interesse het verslag van de Raad van Toezicht (RvT) voor het jaarverslag 2024 gelezen. Het bestuur herkent de observaties van de RvT op de diverse deelgebieden.
De RvT heeft in het verslag een viertal belangrijke aanbevelingen. Hieronder gaat het bestuur op deze aanbevelingen in:
1. Blijvende bezorgdheid over mate waarin de pensioenuitvoeringsorganisatie gedane toezeggingen in het kader van de Wtp-transitie tijdig kan nakomen.
Het bestuur besteedt veel aandacht aan de beheersing van dit risico. Er zijn korte lijnen met de pensioenuitvoeringsorganisatie (PUO) en er vindt zeer regelmatig en op diverse niveaus overleg plaats tussen het fonds en de PUO. Op dit moment zijn er geen majeure zaken die aanleiding geven tot extra bezorgdheid bij het fonds, maar we houden onverminderd contact met de PUO over de voortgang en zullen waar nodig actie ondernemen.
2. Blijvende bezorgdheid over de mate van belasting van de leden van het bestuursbureau; na de recente uitbreidingen bij het bestuursbureau is het belangrijk om de taken en verantwoordelijkheden binnen het bestuursbureau goed te structureren.
Het bestuur en het bestuursbureau zijn zich bewust van dit belang, juist in deze tijd waarin de voorbereidingen plaatsvinden voor de overgang naar het nieuwe stelsel. Het bestuursbureau heeft aandacht voor de verdeling van de onderlinge taken en verantwoordelijkheden en zal deze in de loop van 2025 herijken, mede met het oog op de start van de implementatiefase die is voorzien vanaf 1 oktober 2025.
3. Overweeg de noodzaak van scenarioplanning in geval van een uitstel van de transitiedatum als gevolg van niet beïnvloedbare omstandigheden.
Het bestuur heeft in het verleden in voorkomende gevallen de methodiek van scenarioplanning gebruikt om risico’s beter zichtbaar te maken. De aanbeveling van de RvT om scenarioplanning te hanteren om de risico’s van uitstel van de transitiedatum beter inzichtelijk te krijgen neemt het bestuur ter harte. Het bestuur zal dit inplannen in het vergaderschema.
4. Het BOB-model meer expliciet toepassen in de voorleggers met meer aandacht voor de risico-opinies van de eerste lijn.
Deze aanbeveling van de RvT sluit aan bij een recente observatie van de sleutelfunctiehouder Risicobeheer. Het aldus aanpassen van de voorleggers past bij de wens van het fonds om te blijven ontwikkelen en waar mogelijk verbeteringen aan te brengen. Het bestuursbureau zal met deze aanbeveling aan de slag gaan.
In het jaar 2024 is mevrouw Horsmeier als lid van de RvT gedefungeerd conform het afgesproken schema. Het bestuur dankt haar voor de fijne samenwerking en voor de betrokken wijze waarop zij haar functie in de afgelopen jaren heeft vormgegeven.
Het bestuur spreekt zijn dank uit naar alle leden van de RvT voor de prettige en constructieve wijze waarop zij hun taak gedurende het jaar 2024 hebben uitgeoefend. Het bestuur ziet de samenwerking met de RvT in de toekomst met vertrouwen tegemoet.