Spring naar inhoud

Actuariële analyse

Analyse van het resultaat

Analyse van het resultaat

Het verloop van de technische voorziening van het fonds werd voor een groot deel bepaald door de bewegingen van  beleggingsrendementen en marktrentes.

In onderstaande tabel staat een analyse van het actuariële resultaat. Hierbij worden de actuariële uitgangspunten van het fonds vergeleken met de werkelijke actuariële ontwikkelingen over het verslagjaar. De bedragen wijken af van de bedragen in de jaarrekening, die boekhoudkundig zijn bepaald.

Bedragen x € 1.000 2024 2023
Beleggingsopbrengsten 182.951 162.622
Wijziging rentetermijnstructuur -29.060 -50.913
Premies en koopsommen 9.492 8.208
Waardeoverdrachten -4.379 1.609
Kosten 816 1.232
Uitkeringen 21 7
Sterfte 1.162 1.499
Arbeidsongeschiktheid 1.605 407
Resultaat mutaties 500 -141
Wijziging grondslagen 3.042 -1.383
Toeslagverlening -63.238 -227.797
Incidentele mutaties voorziening -2.703 2.848
Overige oorzaken 122 103
  100.331 -101.699

In 2024 zijn de volgende belangrijke effecten op actuarieel resultaat te onderscheiden:

Beleggingen

Onder beleggingsrendementen worden verstaan:

  • alle directe en indirecte beleggingsopbrengsten inclusief kosten van het vermogensbeheer;
  • de rentelasten over vreemd vermogen, achtergestelde leningen en rekening-courantverhoudingen met andere partijen; de benodigde interesttoevoeging aan de technische voorzieningen. Deze wordt vastgesteld aan de hand van de eerstejaars spot rate uit de door DNB gepubliceerde RTS per jaar ultimo van het vorige verslagjaar.

Het resultaat op beleggingen in het boekjaar bedraagt € 182.951 duizend. Dit bedrag bestaat uit het behaalde beleggingsresultaat conform jaarverslag (€ 235.924 duizend) en benodigde interest (€ -52.973 duizend). Het rendement op de beleggingen draagt in 2024 derhalve positief bij aan de dekkingsgraad.

Wijziging rentetermijnstructuur (RTS)

De reguliere wijziging van de rentecurve leidt tot een toename van de voorziening en dus tot een negatief resultaat. Het resultaat hiervan bedraagt € -29.060 duizend.

Premie

De toename van de pensioenverplichtingen in het verslagjaar wordt gefinancierd door middel van een doorsneepremie. Voor het jaar 2024 bedraagt het premiepercentage betaald door de werkgever 27,6% (2023: 27,6%) van het gemaximeerde pensioengevend salaris. Deze premie bevat tevens de werknemersbijdrage van 2,45% van de pensioengrondslag. De deelnemersbijdrage boven het grensbedrag van € 118.746 bedraagt 6% (2023: € 115.254). Het resultaat op premie bedraagt € 9.492 duizend.

Waardeoverdrachten

Op de waardeoverdrachten die in het boekjaar zijn afgerond, ontstaat een resultaat. Dat komt omdat de overdrachtswaarde berekend is op de wettelijke waarderingsgrondslagen op het moment van overdracht, terwijl de mutatie in de technische voorzieningen is gebaseerd op de grondslagen van het fonds. In boekjaar 2024 is een negatief resultaat op binnenkomende waardeoverdrachten behaald. Op uitgaande waardeoverdrachten is een positief resultaat behaald.
Het totale resultaat op waardeoverdrachten bedraagt € -4.379 duizend.

Kosten

De kosten voor de uitvoering van de pensioenregeling worden deels gedekt door de bijdrage uit de kostenvoorziening. Jaarlijks valt hieruit 2,5% van de uitgekeerde pensioenbedragen vrij. Daarnaast wordt een deel van de directe kosten gefinancierd uit de pensioenpremie. Uit de pensioenpremie is in 2024 een bedrag van 1,0% van de parttime pensioengevende salarissom beschikbaar ter dekking van de directe kosten. In boekjaar 2024 resulteert een positief resultaat van € 816 duizend op directe kosten.

Uitkeringen

In 2024 is er een klein resultaat (€ 21 duizend) op uitkeringen. Dit ontstaat onder meer door nabetalingen over eerdere boekjaren en als gevolg van het vrijvallen van niet-opgevraagde pensioenen.

Kanssystemen

Aan het vaststellen van de technische voorzieningen liggen kanssystemen ten grondslag. De belangrijkste zijn sterfte (€ 1.162 duizend) en arbeidsongeschiktheid (€ 1.605 duizend).

Wijzigingen grondslagen

De “wijziging actuariële grondslagen” in 2024 bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Het fonds is overgestapt op AG Prognosetafel AG2024. Dit resulteert in een bate van € 3.039 duizend.
  • De grondslagwijziging van de ziekenvoorziening vormt een last van € 3 duizend.

Toeslagverlening

De aanpassing van de pensioenaanspraken van de (gewezen) deelnemers hangt af van de financiële positie van het fonds. Het bestuur heeft besloten om per 1 januari 2025 een toeslag van 2,6% toe te kennen. Voor personen die in 2024 als nieuwe deelnemer zijn toegetreden tot het fonds bedraagt de toeslag 2,6%. Voor personen die voor 1 januari 2024 al pensioen hadden opgebouwd bij het fonds bedraagt de toeslag 2,0% door de verrekening van de doorgeschoven negatieve inflatie van 0,6%. 

Per 1 januari 2025 is tevens een inhaaltoeslag toegekend ter waarde van 2,0% van de totale technische voorzieningen, waaruit 40,6% van de totale gemiste toeslagen kon worden gerepareerd. Het totale resultaat op toeslagverlening is € 63.238 duizend negatief.

Overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen

Naast de wijziging van de TV als gevolg van de gewijzigde grondslagen kan de TV ook door andere redenen een incidentele wijziging ondergaan. In het boekjaar zorgde dit voor een negatief resultaat van € -2.703 duizend. Onder deze post worden de wijzigingen van de ziekenvoorziening die niet veroorzaakt wordt door RTS-effect (€ -2.684 duizend). Het resultaat op “correcties” bedraagt € -19 duizend in 2024.

Andere oorzaken

Dit zijn overige actuariële resultaten die ontstaan doordat de feitelijke uitkomsten afwijken van hetgeen actuarieel verondersteld is. Deze resultaten zijn niet toe te wijzen aan één van de eerder genoemde categorieën.

Kostendekkende premie
De kostendekkende premie bestaat uit een actuarieel benodigde premie voor de pensioenopbouw en de risicodekkingen voor overlijden en arbeidsongeschiktheid, de solvabiliteitsopslag, de opslag voor uitvoeringskosten en de opslag voor toeslagverlening en reservetekort.

In de volgende tabel is een overzicht van de kostendekkende premie opgenomen. De kostendekkende premie voor 2024 is berekend op basis van de rentetermijnstructuur per 31 december 2023. De gedempte kostendekkende premie is op basis van verwacht rendement vastgesteld.

Bedragen x € 1.000 Kostendekkende premie Gedempte premie Feitelijke premie
Inkoop onvoorwaardelijke opbouw 39.820 19.828  
Risicopremie overlijdensrisico 1.183 827  
Risicopremie arbeidsongeschiktheidsrisico 1.987 1.987  
Opslag voor toekomstige uitvoeringskosten 996 496  
Opslag voor directe uitvoeringskosten 1.987 1.987  
Solvabiliteitsopslag 11.260 5.923  
Opslag onvoorwaardelijke onderdelen   9.948  
Ontvangen premie     55.465
Afrekening vorig jaar     0
  57.233 40.996 55.465

Premiedekkingsgraad
De premiedekkingsgraad geeft aan in hoeverre de ontvangen pensioenpremie in een jaar voldoende is om de nieuwe pensioenaanspraken te kunnen financieren. Deze wordt bepaald door de beschikbare premie voor inkoop onvoorwaardelijke onderdelen te delen door de actuarieel benodigde premie voor inkoop onvoorwaardelijke onderdelen. De beschikbare premie wordt verminderd met de opslag voor uitvoeringskosten. Bij een premiedekkingsgraad van minder dan 100% is er een tekort en daalt het vermogen van het fonds.

Bedragen x € 1.000

Feitelijk minus opslag uitvoeringskosten: 55.465 - 1.987 = 53.478
Actuarieel benodigd: 39.820 + 1.183 + 1.987 + 996 = 43.986
Premiedekkingsgraad: =53.478/43.986=121,6%

Vereist eigen vermogen (VEV)
Het VEV is gebaseerd op de risico’s die horen bij de verschillende delen van de strategische assetallocatie en is bepaald op 23,9%. Indien het vereist eigen vermogen bepaald zou zijn op basis van de actuele portefeuille ultimo 2024 zou deze uitkomen op 24,2%.

Oordeel van de externe actuaris over de financiële positie
De financiële positie van het pensioenfonds is naar de mening van de certificerend actuaris voldoende omdat de beleidsdekkingsgraad ultimo 2024 boven het VEV ligt. Bij het oordeel is bepalend in hoeverre het pensioenfonds zal kunnen voldoen aan de verplichtingen, aangegaan tot balansdatum, in aanmerking nemend het streven inzake toeslagen, zoals aan verzekerden meegedeeld en de in wet- en regelgeving opgenomen criteria.