Spring naar inhoud

12.4 Toelichting op de jaarrekening

Activiteiten

Stichting Pensioenfonds Gasunie (‘het fonds’), is statutair gevestigd te Groningen en is opgericht op 15 september 1965. De stichting is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 41009373.

Het doel van het pensioenfonds is het nu en in de toekomst verstrekken van uitkeringen aan gepensioneerden en nabestaanden ter zake van ouderdom en overlijden; tevens verstrekt het pensioenfonds uitkeringen aan arbeidsongeschikte deelnemers. Het pensioenfonds geeft invulling aan de uitvoering van de pensioenregelingen van de N.V. Nederlandse Gasunie en de aangesloten onderneming GasTerra B.V.

Overeenstemmingsverklaring

De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals deze zijn opgenomen in Titel 9 Boek 2 BW en met inachtneming van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder Richtlijn 610 Pensioenfondsen. Het bestuur heeft op 19 juni 2025 de jaarrekening opgemaakt.

Referenties

In de balans en de staat van baten en lasten zijn referenties opgenomen waarmee wordt verwezen naar de toelichting.

Grondslagen

Algemene grondslagen

Alle bedragen in de jaarrekening zijn vermeld in euro’s x 1.000, tenzij anders is aangegeven.

Continuïteitsveronderstelling

De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de continuïteitsveronderstelling.

Opname van een actief of een verplichting

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar het pensioenfonds zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Verantwoording van baten en lasten

Baten worden in de rekening van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Indien een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een actief of een verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.

Dit betekent dat transacties worden verwerkt op handelsdatum en niet op afwikkelingsdatum. Als gevolg hiervan kan sprake zijn van een post ‘nog af te wikkelen transacties’. Dit kan zowel een actiefpost als een passiefpost zijn.

Saldering van een actief en een verplichting

Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als nettobedrag in de balans opgenomen indien sprake is van een wettelijke of contractuele bevoegdheid om het actief en de verplichting gesaldeerd en gelijktijdig af te wikkelen en bovendien de intentie bestaat om de posten op deze wijze af te wikkelen. De met de gesaldeerd opgenomen financiële activa en financiële verplichtingen samenhangende rentebaten en rentelasten worden eveneens gesaldeerd opgenomen.

Vreemde valuta

Functionele valuta
De jaarrekening is opgesteld in euro’s.
Transacties, vorderingen en schulden
Transacties in vreemde valuta gedurende de verslagperiode zijn in de jaarrekening verwerkt tegen de koers op transactiedatum.
Activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend naar euro’s tegen de koers per balansdatum. Valutatermijntransacties worden gewaardeerd tegen de termijnkoers die op de balansdatum geldt voor termijntransacties met een looptijd die gelijk is aan de resterende looptijd van het aangegane termijncontract. De uit de afwikkeling en omrekening voortvloeiende koersverschillen komen ten gunste of ten laste van de staat van baten en lasten.

De koersen van de belangrijkste valuta zijn:
  31 december Gemiddeld 31 december Gemiddeld
  2024 2024 2023 2023
USD 1,0416 1,0726 1,1036 1,0856
GBP 0,8289 0,8479 0,8668 0,8760
JPY 164,0560 159,8530 155,6500 148,2240
CHF 0,9408 0,9348 0,9287 0,9573
HKD 8,0858 8,3554 8,6249 8,4753
Schattingswijziging
De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten.

De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld.

Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende posten in de financiële opstelling. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien, en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

Het Koninklijk Actuarieel Genootschap heeft in september 2024 de prognosetafel AG2024 gepubliceerd. Het fonds is per 31 december 2024 overgegaan op deze nieuwe prognosetafel. De overstap heeft een verhogend effect op de technische voorzieningen voor risico fonds en resulteert in een last voor het fonds van 3.039 en heeft een negatief effect op de dekkingsgraad van 0,1%-punt.

De actualisatie van de ziekenvoorziening leidde tot een last van 3.

Het fonds heeft ook de ervaringssterfte en de kostenvoorziening onderzocht echter deze grondslagen behoefden geen herijking.
Dekkingsgraden
De (nominale) dekkingsgraad van het pensioenfonds wordt berekend door op balansdatum het balanstotaal minus de kortlopende schulden te delen op de technische voorzieningen zoals opgenomen in de balans.

De beleidsdekkingsgraad is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de dekkingsgraden over de laatste 12 maanden. Hierbij wordt steeds gebruik gemaakt van de meest actuele inschatting van de betreffende dekkingsgraden.

De reële dekkingsgraad is conform de definitie van het FTK gelijk aan de beleidsdekkingsgraad gedeeld door de beleidsdekkingsgraad die is vereist voor volledige toeslagverlening op basis van prijsinflatie.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva

Beleggingen

Algemeen
De beleggingen worden gewaardeerd tegen marktwaarde. Het begrip marktwaarde is te beschouwen als synoniem van actuele waarde. Onder waardering op marktwaarde wordt verstaan: het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn.

De waardering van beleggingen in niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen geschiedt tegen actuele waarde gebaseerd op periodieke door onafhankelijke deskundigen verrichte taxaties.
Verwerking van waardeveranderingen van beleggingen
Er wordt conform RJ610 geen onderscheid gemaakt tussen gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen van beleggingen.
Alle waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen, worden als beleggingsopbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen.
Vastgoedbeleggingen
Beursgenoteerde (indirecte) vastgoedbeleggingen worden gewaardeerd tegen de per balansdatum geldende beurskoers of afgegeven intrinsieke waarde. De marktwaarde van niet-beursgenoteerde (indirecte) vastgoedbeleggingen is gebaseerd op het aandeel dat het pensioenfonds heeft in het eigen vermogen van de niet-beursgenoteerde vastgoedbelegging per balansdatum.
Aandelen
Beursgenoteerde aandelen en participaties in beursgenoteerde beleggingsinstellingen zijn gewaardeerd tegen marktwaarde, zijnde de beurswaarde per balansdatum of afgegeven intrinsieke waarde. De marktwaarde van participaties in niet-beursgenoteerde (indirecte) beleggingsinstellingen zijn gebaseerd op het aandeel dat het pensioenfonds heeft in het eigen vermogen van de niet-beursgenoteerde beleggingsinstelling per balansdatum.
Vastrentende waarden
Beursgenoteerde vastrentende waarden en participaties in beursgenoteerde beleggingsinstellingen zijn gewaardeerd tegen marktwaarde, zijnde de beurswaarde per balansdatum of afgegeven intrinsieke waarde. De marktwaarde van participaties in niet-beursgenoteerde (indirecte) beleggingsinstellingen zijn gebaseerd op het aandeel dat het pensioenfonds heeft in het eigen vermogen van de niet-beursgenoteerde beleggingsinstelling per balansdatum.

De lopende interest op vastrentende waarden wordt gepresenteerd als onderdeel van de marktwaarde van de vastrentende waarden.

De belegging in DMFCO Hypotheken bestaat uit aan het pensioenfonds gealloceerde Nederlandse hypotheken, waarvan het onderpand Nederlandse woonhuizen betreft. De hypotheken worden gewaardeerd tegen marktwaarde, waarbij het vaststellen van deze marktwaarde zal geschieden op basis van recente transacties van of biedingen op hypothecaire vorderingen die soortgelijk zijn aan de aan het pensioenfonds gealloceerde hypotheken. Maandelijks wordt op een overeenkomstige wijze de marktwaarde van de hypothekenportefeuille bepaald. Indien de hiervoor benoemde transacties of biedingen niet voorhanden zijn zal de Netto Vermogenswaarde van de gealloceerde hypotheken berekend worden op basis van de waarderingsmethodiek. Deze methodiek gaat uit van het verdisconteren van de verwachte kasstromen tot aan renteherzieningsdatum. De disconteringsrente is gebaseerd op de relevante hypotheekrente, zoals die op dat moment voor nieuwe hypotheken door een aantal representatieve hypotheekaanbieders wordt verstrekt.
Derivaten
Derivaten worden gewaardeerd op reële waarde, te weten de relevante marktnoteringen of, als die niet beschikbaar zijn, de waarde die wordt bepaald met behulp van marktconforme en toetsbare waarderingsmodellen.
Het pensioenfonds belegt in valutaderivaten (fx forwards) en rentederivaten (interest rate swaps, swaptions). Indien beschikbaar wordt de reële waarde bepaald aan de hand van marktnoteringen, in andere gevallen wordt de waarde bepaald met behulp van waarderingsmodellen.
Indien een derivatenpositie negatief is wordt het bedrag onder de schulden verantwoord.

De lopende interest op derivaten wordt gepresenteerd als onderdeel van de marktwaarde van derivaten.
Overige beleggingen
Overige beleggingen worden gewaardeerd op marktwaarde. Indien geen marktwaarde beschikbaar is, wordt de waarde bepaald met behulp van marktconforme en toetsbare waarderingsmodellen. Liquide middelen uit hoofde van beleggingstransacties worden tegen nominale waarde gewaardeerd.
Securities lending
Het pensioenfonds is betrokken bij één of meer securities-lendingprogramma’s, waarbij bepaalde effecten voor een korte periode worden uitgeleend aan andere marktpartijen. Beleggingen die in het kader van een securities-lendingcontract worden uitgeleend, blijven deel uitmaken van de balans en worden gewaardeerd conform de grondslag voor waardering en resultaatbepaling zoals die geldt voor deze beleggingen.
Vorderingen en overlopende activa
Vorderingen en overlopende activa worden bij eerste verwerking gewaardeerd op actuele waarde. Na eerste verwerking worden vorderingen gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde indien geen sprake is van transactiekosten) onder aftrek van eventuele bijzondere waardeverminderingen, indien sprake is van oninbaarheid.

Vorderingen in verband met beleggingstransacties conform RJ 610.230 zijn verantwoord onder de post vorderingen en overlopende activa.
Liquide middelen
Liquide middelen worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Onder de liquide middelen zijn opgenomen die kas- en banktegoeden die onmiddellijk opeisbaar zijn dan wel een looptijd korter dan twaalf maanden hebben. Zij worden onderscheiden van tegoeden in verband met beleggingstransacties. Liquide middelen uit hoofde van beleggingstransacties worden gepresenteerd onder de beleggingen. Liquide middelen die gestort of ontvangen zijn uit hoofde van de Credit Support Annex (CSA) overeenkomsten ter dekking van de exposure op tegenpartijen vanuit ongerealiseerde resultaten uit derivatentransacties, worden verantwoord als collateral onder vorderingen en overlopende activa. Collateral wordt gewaardeerd op basis van de marktwaarde ultimo boekjaar volgens dezelfde waarderingsgrondslagen als welke gelden voor de overige liquide middelen.
Stichtingskapitaal en reserves
Stichtingskapitaal en reserves worden bepaald door het bedrag dat resteert nadat alle actiefposten en posten van het vreemd vermogen, inclusief de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds en overige technische voorzieningen, volgens de van toepassing zijnde waarderingsgrondslagen in de balans zijn opgenomen.

De statutaire reserves en de overige wettelijke reserves die het pensioenfonds conform artikel 2:389 en artikel 2:390 BW vormt, blijken op grond van artikel 2:373 lid 1 BW afzonderlijk uit de balans.

Technische voorzieningen

Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds
De voorziening voor pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds wordt gewaardeerd op actuele waarde (marktwaarde).
De actuele waarde wordt bepaald op basis van de contante waarde van de beste inschatting van toekomstige kasstromen die samenhangen met de op balansdatum onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen. Onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen zijn de opgebouwde nominale aanspraken en de onvoorwaardelijke (toezeggingen tot) toeslagen. De contante waarde wordt bepaald met gebruikmaking van de marktrente, waarvoor de actuele rentetermijnstructuur zoals gepubliceerd door DNB wordt gebruikt.

Bij de berekening van de voorziening pensioenverplichtingen is uitgegaan van het op de balansdatum geldende pensioenreglement en van de over de verstreken deelnemersjaren verworven aanspraken. Jaarlijks wordt door het bestuur besloten of toeslagen op de opgebouwde pensioenaanspraken worden verleend. Alle per balansdatum bestaande besluiten tot toeslagverlening (ook voor besluiten na balansdatum voor zover sprake is van ex-ante- condities) zijn in de berekening begrepen. Er wordt geen rekening
gehouden met toekomstige salarisontwikkelingen.

Bij de berekening van de voorziening wordt rekening gehouden met premievrije pensioenopbouw in verband met invaliditeit op basis van de contante waarde van premies waarvoor vrijstelling is verleend wegens arbeidsongeschiktheid.

Bij de bepaling van de actuariële uitgangspunten wordt uitgegaan van voor de toezichthouder acceptabele grondslagen, waarbij rekening wordt gehouden met de voorzienbare trend in overlevingskansen.
De berekeningen zijn uitgevoerd op basis van de volgende actuariële grondslagen en veronderstellingen:
– De gehanteerde marktrente die gebaseerd is op de rentetermijnstructuur zoals gepubliceerd door DNB, rekening houdend met een looptijd van de uitkeringen. Ultimo 2024 is het contant maken met deze rentetermijnstructuur vergelijkbaar met het contant maken met een vaste rente van 2,15% over de hele looptijd (ultimo 2023: 2,34%).
– Overlevingstafels, te weten de AG-prognosetafels 2024 (startjaar 2025) (2023: AG-prognosetafels 2022 (startjaar 2024)) met toepassing van fondsspecifieke ervaringssterfte Willis Towers Watson Netherlands B.V. 2022 (2023: idem).
– Actieve deelnemers worden verondersteld een partner te hebben op de pensioendatum. Voor gewezen deelnemers wordt, afhankelijk van het van toepassing zijnde reglement, uitgegaan van bovenstaande veronderstelling dan wel de werkelijke burgerlijke staat. Er wordt verondersteld dat alle mannen 2 jaar en 6 maanden ouder zijn dan de vrouwelijke verzekerden en de vrouwen 1 jaar en 7 maanden jonger zijn dan de mannelijke verzekerden. Voor pensioengerechtigden wordt uitgegaan van de werkelijke burgerlijke staat.
– Ter financiering van een éénmalige overlijdensuitkering geldt een opslag van 0,53% op de contante waarde van het ouderdomspensioen, tijdelijk ouderdomspensioen, ongehuwden ouderdomspensioen en arbeidsongeschiktheidspensioen.
– De uitkeringen worden continu betaalbaar verondersteld.
– Leeftijden worden in jaren en maanden nauwkeurig vastgesteld.
– Er is geen rekening gehouden met toekomstige toeslagen op pensioenaanspraken.
– Kostenopslag ter grootte van 2,5% (2023: idem) van de voorziening voor pensioenverplichtingen in verband met toekomstige administratie- en excassokosten.
Overige technische voorzieningen
De ziekenvoorziening is bestemd voor eventuele toekomstige premievrijstelling van per de balansdatum zieke deelnemers.
De voorziening is per de balansdatum gelijk aan het totaal van de verwachte toekomstige schadelasten voor de zieke deelnemers.

Deze voorziening wordt post voor post berekend waarbij deelnemers met een ziekteperiode van 42 weken of langer geacht worden arbeidsongeschikt te worden. Van deelnemers met een ziekteperiode van minder dan 42 weken wordt verwacht dat zij zullen re-integreren voor ingang van arbeidsongeschiktheid.

In de ziekenvoorziening wordt rekening gehouden met het arbeidsongeschiktheidspensioen en met de jaarlijkse stijging van de pensioengrondslag met de loonindex bij de vaststelling van de premievrijstelling.
Overige schulden en overlopende passiva
Overige schulden en overlopende passiva worden bij eerste verwerking gewaardeerd op actuele waarde. Na eerste verwerking worden schulden gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde indien geen sprake is van transactiekosten).

Schulden in verband met beleggingstransacties conform RJ 610.268 zijn verantwoord onder de post overige schulden en overlopende passiva.

Kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan één jaar.

Grondslagen voor bepaling van saldo van baten en lasten

Algemeen
De in de staat van baten en lasten opgenomen posten zijn in belangrijke mate gerelateerd aan de in de balans gehanteerde waarderingsgrondslagen voor beleggingen en de voorziening pensioenverplichtingen. Zowel gerealiseerde als ongerealiseerde resultaten worden rechtstreeks verantwoord in de staat van baten en lasten.
Premiebijdragen (van werkgevers en werknemers)
Onder premiebijdragen van werkgevers en werknemers wordt verstaan de aan derden in rekening gebrachte c.q. te brengen bedragen voor de in het verslagjaar verzekerde pensioenen onder aftrek van kortingen. Premies zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben. Extra stortingen en opslagen op de premie zijn eveneens als premiebijdragen verantwoord.
Beleggingsresultaten risico pensioenfonds
Indirecte beleggingsopbrengsten
Onder de indirecte beleggingsopbrengsten worden verstaan de gerealiseerde en ongerealiseerde waarde wijzigingen en valutaresultaten. In de jaarrekening wordt geen onderscheid gemaakt tussen gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen van beleggingen. Alle waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen, worden als beleggingsopbrengsten
in de staat van baten en lasten opgenomen. (In)directe beleggingsresultaten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Directe beleggingsopbrengsten
Onder de directe beleggingsopbrengsten wordt in dit verband verstaan rentebaten en -lasten, dividenden, huuropbrengsten en soortgelijke opbrengsten.

Dividend wordt verantwoord op het moment van betaalbaarstelling.
Kosten vermogensbeheer
Onder kosten van vermogensbeheer worden zowel de externe als de daaraan toegerekende interne kosten verstaan.
Verrekening van kosten
Met de directe en indirecte beleggingsopbrengsten zijn verrekend de aan de opbrengsten gerelateerde transactiekosten, provisies, valutaverschillen e.d.
Pensioenuitkeringen
De pensioenuitkeringen betreffen de aan deelnemers uitgekeerde bedragen inclusief afkopen. De pensioenuitkeringen zijn berekend op actuariële grondslagen en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.
Pensioenuitvoeringskosten
De pensioenuitvoeringskosten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds
Pensioenopbouw
Bij de pensioenopbouw zijn aanspraken en rechten over het boekjaar gewaardeerd naar het niveau dat zij op balansdatum hebben.
Toeslagverlening
Het bestuur streeft naar waardevastheid van de ingegane en premievrije pensioenaanspraken door middel van het verlenen van een jaarlijkse toeslag (indexatie). Maatstaf voor een eventuele toeslagverlening is de gemiddelde stijging van de consumentenprijsindex (CPI) voor alle huishoudens (afgeleid) over de maanden augustus, september en oktober zoals gepubliceerd door het CBS.

Voor alle deelnemers probeert het pensioenfonds de opgebouwde pensioenen te verhogen met de prijsontwikkeling. Het betreft een voorwaardelijke toeslagverlening die afhankelijk van de financiële situatie van het pensioenfonds verleend wordt. De toeslagen worden gefinancierd door overrendement.
Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen zijn opgerent met 3,439% (2023: 3,264%), op basis van de éénjaarsrente van de DNB- curve aan het begin van het verslagjaar.
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten
Vooraf wordt een actuariële berekening gemaakt van de toekomstige pensioenuitvoeringskosten (met name excassokosten) en pensioenuitkeringen die in de voorziening pensioenverplichtingen worden opgenomen. Deze post betreft de vrijval ten behoeve van de financiering van de kosten en uitkeringen van het verslagjaar.
Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de technische voorzieningen herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur. Het effect van de verandering van de rentetermijnstructuur wordt verantwoord onder het hoofd wijziging marktrente.
Wijzigingen actuariële uitgangspunten
Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien ten behoeve van de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne en externe actuariële deskundigheid. Dit betreft onder meer de vergelijking van veronderstellingen ten aanzien van sterfte, langleven, arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van het pensioenfonds. Het effect van de aanpassing sterftekansen valt ook in deze categorie, maar kan voor beter inzicht separaat worden opgenomen.

De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening voor pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur van het pensioenfonds. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële uitgangspunten worden herzien.
Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten
Een resultaat op overdrachten kan ontstaan doordat de vrijval van de voorziening plaatsvindt tegen pensioenfonds tarieven, terwijl het bedrag dat wordt overgedragen gebaseerd is op de wettelijke factoren voor waardeoverdrachten. De tarieven van het pensioenfonds wijken af van de wettelijke tarieven.
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen
De overige mutaties ontstaan door mutaties in de aanspraken door overlijden, arbeidsongeschiktheid en pensioneren.
Saldo overdrachten van rechten
De post saldo overdrachten van rechten bevat het saldo van bedragen uit hoofde van overgenomen dan wel overgedragen pensioenverplichtingen.
Overige baten en lasten
Overige baten en lasten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.

Grondslagen kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is volgens de directe methode opgesteld. Alle ontvangsten en uitgaven worden hierbij als zodanig gepresenteerd. Onderscheid wordt gemaakt tussen kasstromen uit pensioenactiviteiten en beleggingsactiviteiten.