Wet- en regelgeving en relevante ontwikkelingen
Wet toekomst pensioenen (Wtp)
Op 30 mei 2023 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wtp. De Wtp trad per 1 juli 2023 in werking. De uiterste termijn waarop pensioenfondsen moeten overstappen naar het nieuwe pensioenstelsel is daarbij verlengd van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028.
Door invoering van de Wtp wordt een nieuw pensioenstelsel ingevoerd. Er dient een nieuwe pensioenregeling afgesproken te worden door de sociale partners (werkgever en vakorganisaties). De sociale partners maken daarbij verschillende keuzes, waarvan het pensioenfondsbestuur moet beoordelen of deze keuzes evenwichtig zijn. Een belangrijke keuze is of de bestaande pensioenaanspraken en -rechten overgebracht zullen worden in de nieuwe regeling ('invaren'). Daarbij moet de nieuwe regeling uitvoerbaar, financierbaar en uitlegbaar zijn. Zo ja, dan kan het pensioenfonds de opdracht tot uitvoering van de pensioenregeling aanvaarden. Bij het eindoordeel over de nieuwe pensioenregeling wordt het verantwoordingsorgaan (VO) om advies gevraagd en de Raad van Toezicht (RvT) om goedkeuring. Ook moet goedkeuring (in de vorm van een beschikking dat er geen verbod wordt opgelegd) ontvangen worden van de toezichthouders DNB en AFM.
De sociale partners van Gasunie en GasTerra hebben gekozen voor een solidaire pensioenregeling, waarbij de standaard van invaren wordt gevolgd. Het fonds heeft de nieuwe pensioenregeling in 2025 in detail uitgewerkt, waarbij het fonds heeft gewaakt voor de uitvoerbaarheid van de nieuwe regeling. Deelnemers zijn geïnformeerd over de nieuwe regeling. De beoogde transitiedatum is 1 januari 2027. De benodigde documenten zijn ingediend bij DNB waarmee thans afstemming plaatsvindt.
Wet bedrag ineens
De Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen is vastgesteld en gepubliceerd in het Staatsblad. De onderdelen RVU en verlofsparen zijn inmiddels in werking getreden. Het onderdeel ‘bedrag ineens’, dat ziet op de mogelijkheid om bij pensionering maximaal 10% van het pensioenkapitaal in één keer op te nemen, is echter herhaaldelijk uitgesteld. Uit recente parlementaire en beleidsinformatie volgt dat verdere behandeling en besluitvorming nog gaande is en dat invoering vóór 2029 onzeker is.
Wet temporisering AOW-leeftijd
In samenhang met de invoering van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) is de Wet temporisering AOW‑leeftijd van kracht geworden. Door deze wet stijgt de AOW‑leeftijd minder snel dan voorheen het geval was. In de periode van 2024 tot en met 2027 bedraagt de AOW‑leeftijd 67 jaar. Vanaf 2025 is de verdere verhoging van de AOW‑leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting. Bij het vaststellen van de AOW‑leeftijd wordt hierbij vijf jaar vooruitgekeken. Op basis hiervan is besloten om de AOW‑leeftijd in 2028 te verhogen naar 67 jaar en 3 maanden. In 2025 is daarnaast bekendgemaakt dat de AOW‑leeftijd in 2031 ongewijzigd blijft op 67 jaar en 3 maanden.