12.8 Risicoparagraaf
(bedragen in duizenden euro)
Solvabiliteitsrisico
In de risicoparagraaf binnen het bestuursverslag is het beleid rond risicobeheersing uiteengezet. Hierna wordteen aantal specifieke risico’s nader toegelicht en gekwantificeerd.
Een risico dat het fonds loopt is het risico dat het niet over genoeg solvabiliteit beschikt. Indien het fonds niet solvabel is bestaat het risico dat het fonds de premie moet verhogen of dat een beperkte of geen toeslagverlening kan plaatsvinden voor (delen van) het deelnemersbestand. In het uiterste geval dient het fonds verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten te verminderen. Hoe solvabel het pensioenfonds is, wordt getoetst aan de hand van de beleidsdekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad wordt berekend als de 12-maands voortschrijdend gemiddelde dekkingsgraad. Hoeveel eigen vermogen het fonds aan dient te houden gegeven de financiële risico's die het loopt (na afdekking) op de balans komt tot uitdrukking in de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets. Onder het huidige FTK geldt hierbij dat de vereiste dekkingsgraad op basis van de strategische verdeling afgezet wordt tegen de beleidsdekkingsgraad om te bepalen of het pensioenfonds in een tekort-situatie verkeert.
De verschillende standaard risicofactoren hierin worden benoemd onder de noemer S1 tot en met S6 en de S10. Hierna zijn de uitkomsten weergegeven voor de verschillende risicocategorieën op basis van de strategische beleggingsmix ultimo 2025 van 124,2% en 2024 van 123,9%.
Hierbij dient opgemerkt te worden dat bij de buffers rekening gehouden wordt met de veronderstelde positieve samenhang (correlatie) tussen renterisico, aandelen- en vastgoedrisico en kredietrisico. Daarnaast wordt rekening gehouden met het gegeven dat niet alle risico's zich tegelijk zullen manifesteren (diversificatie).
| 31-12-2025 | 31-12-2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € | % | € | % | |||
| Op basis van strategische beleggingsmix | ||||||
| Renterisico (S1) | 45.961 | 1,5 | 38.495 | 1,1 | ||
| Aandelen- en vastgoedrisico (S2) | 301.845 | 18,8 | 338.045 | 18,8 | ||
| Valutarisico (S3) | 95.640 | 1,6 | 125.245 | 2,4 | ||
| Grondstoffenrisico (S4) | 0 | 0,0 | 54.228 | 0,4 | ||
| Kredietrisico (S5) | 50.652 | 2,0 | 29.249 | 0,9 | ||
| Verzekeringstechnisch risico (S6) | 40.366 | 0,3 | 44.762 | 0,3 | ||
| Concentratierisico (S8) | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | ||
| Actief beheer risico (S10) | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | ||
| Diversificatie- en correlatie-effect | -167.293 | -231.977 | ||||
| Vereist eigen vermogen voor risico fonds (strategisch) | 367.171 | 24,2 | 398.047 | 23,9 | ||
| Aanwezige dekkingsgraad | 152,5% | 137,4% | ||||
| Beleidsdekkingsgraad | 146,0% | 141,2% | ||||
| Minimaal vereiste dekkingsgraad | 104,3% | 104,3% | ||||
| Feitelijk vereiste dekkingsgraad | 124,7% | 124,2% | ||||
| Strategisch vereiste dekkingsgraad | 124,2% | 123,9% | ||||
De beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds is per 31 december 2025 hoger dan de vereiste dekkingsgraad op basis van de strategische verdeling volgens het standaardmodel, waardoor de vermogenspositie van het pensioenfonds gekarakteriseerd kan worden als voldoende.
Ultimo boekjaar 2025 bedraagt de beleidsdekkingsgraad 146,0%. Afgezet tegen de beleidsdekkingsgraad van 2024 van 141,2%, is de beleidsdekkingsgraad toegenomen met 4,8%-punt. Deze toename is voornamelijk het gevolg van de gestegen marktrente in 2025.
Aansluiting beleggingen tussen de jaarrekening en de Risicoparagraaf o.b.v. look through:
| Stand ultimo 2025 | Stand ultimo 2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Voor look-through (conform jaarrekening) | Na look-through (conform risico-paragraaf) | Voor look-through (conform jaarrekening) | Na look-through (conform risico-paragraaf) | |||
| Vastgoedbeleggingen | 281.485 | 281.485 | 242.034 | 242.034 | ||
| Aandelen | 1.110.838 | 1.110.838 | 1.104.677 | 1.104.677 | ||
| Vastrentende waarden | 1.008.380 | 1.004.111 | 1.017.076 | 1.012.951 | ||
| Derivaten | -188.335 | -188.060 | -97.249 | -97.421 | ||
| Overige beleggingen | 7.196 | 11.190 | 5.541 | 9.838 | ||
| Totaal | 2.219.564 | 2.219.564 | 2.272.079 | 2.272.079 | ||
Renterisico
Het renterisico wordt veroorzaakt, doordat de rentegevoeligheid van de verplichtingen afwijkt van de rentegevoeligheid van de beleggingen. Het pensioenfonds kent een langere looptijd voor pensioenverplichtingen dan voor beleggingen (exclusief rentederivaten). Onderstaande duratie cijfers geven meer inzicht.
Duratie van de vastrentende waarden (inclusief rentederivaten) 18,6 (2024: 22,5).
Duratie van de pensioenverplichtingen 14,9 (2024: 17,0).
Het pensioenfonds dekt ultimo 2025 strategisch 75,0% van het renterisico af op basis van de swapcurve. Onder het Financieel Toetsingskader dient te worden uitgegaan van de DNB-methodiek voor de berekening van het renterisico. Het renterisico wordt daarbij vastgesteld door middel van looptijdafhankelijke renteschokken die worden toegepast op de DNB-rentetermijnstructuur (inclusief UFR). Dit wijkt aldus af van hoe het Pensioenfonds de (strategische) afdekking in de praktijk vormgeeft.
De strategische renteafdekking ultimo 2025 van 75,0% op basis van de swapcurve is eind 2025 equivalent met een renteafdekking van 77,0% op basis van de DNB-methodiek. De feitelijke renteafdekking op basis van de DNB-methodiek bedraagt 70,7% eind 2025.
Hoogte buffer
De buffer voor het feitelijk renterisico bedraagt 57.123 (1,9%) en voor het strategisch renterisico 45.961 (1,5%).
Aandelen- en vastgoedrisico
| 31-12-2025 | 31-12-2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € | % | € | % | |||
| Verdeling aandelen en vastgoed per categorie: | ||||||
| Ontwikkelde markten (Mature markets) | 1.289.801 | 92,6 | 1.257.610 | 93,4 | ||
| Opkomende markten (Emerging markets) | 102.522 | 7,4 | 89.101 | 6,6 | ||
| 1.392.323 | 100,0 | 1.346.711 | 100,0 | |||
Hoogte buffer
Bij de berekening van het vereist eigen vermogen wordt voor het feitelijk en strategisch aandelen- en vastgoedrisico rekening gehouden met de door DNB voorgeschreven schokken die variëren overeenkomstig de risicograad van het type belegging. De buffer voor het feitelijk aandelen- en vastgoedrisico bedraagt 309.946 (19,0%) en voor het strategisch aandelen- en vastgoedrisico 301.845 (18,8%).
Valutarisico
| Totaal beleggingen | 31 december 2025 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal voor afdekking | Afdekking valuta-derivaten | Netto positie na afdekking | ||||
| € | € | € | % | |||
| Euro | 1.001.192 | * | 409.775 | 1.410.967 | 63,6 | |
| Amerikaanse dollar | 848.228 | -354.191 | 494.037 | 22,3 | ||
| Britse pond | 37.186 | -18.818 | 18.368 | 0,8 | ||
| Japanse yen | 64.457 | -32.588 | 31.869 | 1,4 | ||
| Zwitserse frank | 46.855 | 0 | 46.855 | 2,1 | ||
| Hong Kong dollar | 34.716 | 0 | 34.716 | 1,6 | ||
| Overige | 182.752 | 0 | 182.752 | 8,2 | ||
| 2.215.386 | 4.178 | 2.219.564 | 100,0 | |||
| Totaal beleggingen | 31 december 2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal voor afdekking | Afdekking valuta-derivaten | Netto positie na afdekking | ||||
| € | € | € | % | |||
| Euro | 1.056.705 | * | 417.146 | 1.473.851 | 64,8 | |
| Amerikaanse dollar | 872.211 | -378.719 | 493.492 | 21,7 | ||
| Britse pond | 39.700 | -20.702 | 18.998 | 0,8 | ||
| Japanse yen | 66.202 | -33.069 | 33.133 | 1,5 | ||
| Zwitserse frank | 50.127 | 0 | 50.127 | 2,2 | ||
| Hong Kong dollar | 30.728 | 0 | 30.728 | 1,4 | ||
| Overige | 171.751 | 0 | 171.751 | 7,6 | ||
| 2.287.424 | -15.344 | 2.272.080 | 100,0 | |||
Derivaten
Binnen aandelen en onroerend goed wordt een gedeelte van de belangen belegd in buitenlandse valuta waarvan een gedeelte niet afgedekt wordt. Door middel van valutaderivaten wordt het valutarisico in US Dollars, Japanse Yen en Britse Pond voor 50% afgedekt. In 2025 is het afdekkingspercentage 50% (2024: idem). De overige valutarisico’s worden niet afgedekt omdat dit niet kostenefficiënt mogelijk is. Vanwege redenen van diversificatie wordt het valutarisico van de grondstoffenportefeuille ook niet afgedekt.
Indien de afrekening van deze transacties op 31 december 2025 zou hebben plaatsgevonden dan zou het af te rekenen bedrag 4.178 hoger uitvallen dan de aankoopwaarde (2024: 15.344 lager).
Hoogte buffer
Bij de berekening van het vereist eigen vermogen wordt voor het feitelijk en strategisch valutarisico rekening gehouden met een door DNB voorgeschreven schok van 20% voor valuta in ontwikkelde landen en van 35% voor valuta in opkomende markten die berekend wordt op de niet-euro beleggingen na afdekking. De buffer voor het feitelijk valutarisico bedraagt 110.032 (2,1%) en voor het strategisch valutarisico 95.640 (1,6%).
Grondstoffenrisico
Het pensioenfonds belegt in grondstoffen (commodities) en loopt het risico dat de waarde van deze beleggingen daalt. In het standaardmodel is een berekening van de gevoeligheid van het eigen vermogen voor grondstoffen voorgeschreven. Het grondstoffenrisico wordt berekend aan de hand van een scenario waarbij wordt uitgegaan van een waardedaling van de beleggingen in grondstoffen van 30%.
Hoogte buffer
De buffer voor het feitelijk grondstoffenrisico bedraagt 44.250 (0,3%) en voor het strategisch grondstoffenrisico 0 (0,0%).
Kredietrisico
Het pensioenfonds loopt het risico dat één of meerdere van haar tegenpartijen niet aan de voorafgesproken betalingen kan voldoen. Bij de berekening van het kredietrisico dient het effect van de kredietwaardigheid van de partijen, waarin belegd wordt, tot uitdrukking te komen. Het kredietrisico komt tot uitdrukking in de zogenaamde creditspread. Deze creditspread is het verschil tussen de uitkering die afhangt van de kredietwaardigheid van de tegenpartij en een uitkering die met volledige zekerheid (risicovrij) tot uitkering zal komen. Het kredietrisico verbonden aan derivatentransacties wordt beheerst door het afsluiten van standaardovereenkomsten met tegenpartijen, het beoordelen van de kredietwaardigheid van tegenpartijen, het spreiden van het transactievolume over verschillende tegenpartijen, het eisen van voldoende onderpand en een adequate monitoring met betrekking tot de gestelde eisen inzake het onderpand.
Het kredietrisico binnen de vastrentendewaardenportefeuille kan naast de creditspread eveneens gemeten worden aan de hand van de ratingverdeling van de rentegevoelige beleggingsportefeuille. Deze ratingverdeling wordt afgegeven door een kredietbeoordelaar. Een AAA-rating impliceert dat de vastrentende waarden belegging geen kredietrisico loopt. Daarentegen worden beleggingen die geclassificeerd zijn als 'lager dan BBB' of 'geen rating' als zeer risicovol beschouwd. Cash wordt als kredietrisicovrij beschouwd.
| 31-12-2025 | 31-12-2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € | % | € | % | |||
| Rating vastrentende waarden: | ||||||
| AAA | 330.033 | 32,8 | 295.131 | 29,1 | ||
| AA | 427.237 | 42,5 | 495.932 | 49,0 | ||
| A | 145.247 | 14,5 | 132.441 | 13,1 | ||
| BBB | 50.762 | 5,1 | 46.379 | 4,6 | ||
| Lager dan BBB | 1.847 | 0,2 | 4.536 | 0,4 | ||
| Geen rating | 48.985 | 4,9 | 38.532 | 3,8 | ||
| 1.004.111 | 100,0 | 1.012.951 | 100,0 | |||
| 31-12-2025 | 31-12-2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € | % | € | % | |||
| Verdeling vastrentende waarden naar looptijd: | ||||||
| Resterende looptijd tot 1 jaar | 393.415 | 39,2 | 395.492 | 39,1 | ||
| Resterende looptijd van 1 tot 10 jaar | 293.515 | 29,2 | 260.660 | 25,7 | ||
| Resterende looptijd van 10 tot 20 jaar | 151.293 | 15,1 | 161.139 | 15,9 | ||
| Resterende looptijd vanaf 20 jaar | 165.888 | 16,5 | 195.660 | 19,3 | ||
| 1.004.111 | 100,0 | 1.012.951 | 100,0 | |||
Hoogte buffer
Binnen de berekening van het standaardmodel wordt een kredietrisico becijferd conform de ratingverdeling van de vastrentendewaardenportefeuille. Naarmate de rating slechter wordt neemt de te hanteren buffer toe. Afgaande op de hierboven genoemde ratingverdeling resulteert dit in een buffer voor het feitelijk kredietrisico van 30.267 (1,1%) en voor het strategisch kredietrisico van 50.652 (2,0%).
Verzekeringstechnisch risico
Binnen het verzekeringstechnisch risico worden in principe alleen risico’s meegenomen die verband houden met sterfte. Het omvat de risico’s als gevolg van afwijkingen ten opzichte van de verwachte sterfte en afwijkingen van de verwachte sterftetrend (langlevenrisico). Tot het verzekeringstechnische risico worden gerekend: procesrisico, risico-opslag voor afwijkingen ten opzichte van de sterftetrend en negatieve stochastische afwijkingen van de verwachtingswaarde. Deze drie risico’s bedragen een percentage van de op actuele waarde berekende technische voorziening. Het procesrisico neemt af naarmate het deelnemersbestand toeneemt, omdat de sterftekans dan beter kan worden geschat. De beide andere risicofactoren houden respectievelijk rekening met de onzekerheid in de sterftetrend en met de negatieve stochastische afwijkingen.
Hoogte buffer
De buffer voor het feitelijk verzekeringstechnisch risico bedraagt 40.366 (0,3%) en voor het strategisch valutarisico 40.366 (0,3%).
Concentratierisico
Concentratierisico’s kunnen optreden bij een concentratie van de portefeuille in regio’s, economische sectoren of tegenpartijen.
De spreiding van de portefeuille is in de toelichting op de balans nader toegelicht. Ook "grote posten" zijn aan te duiden als een vorm van concentratierisico. Om te bepalen welke posten hieronder vallen moeten per beleggingscategorie alle instrumenten met dezelfde debiteur worden gesommeerd. In 2024 waren de Franse en Nederlanse staatsobligaties samengenomen. Deze zijn nu afzonderlijk opgenomen.
Ultimo 2025 en/of 2024 zijn de volgende beleggingscategorieën met 2% of meer van het balanstotaal aanwezig:
| 31-12-2025 | 31-12-2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € | % | € | % | |||
| Vastgoedbeleggingen | ||||||
| CBRE Dutch Residential Fund | 97.638 | 3,8 | 43.401 | 1,8 | ||
| Aandelen | ||||||
| Apple Inc | 48.251 | 1,9 | 52.707 | 2,1 | ||
| Nvidia Corp | 56.195 | 2,2 | 49.226 | 1,9 | ||
| Vastrentende waarden | ||||||
| US Staatsobligaties | 152.165 | 6,0 | 149.644 | 5,9 | ||
| Nederlandse staatsobligaties | 133.905 | 5,3 | 99.771 | 4,1 | ||
| Euro staatsobligaties | 56.238 | 2,2 | 35.165 | 1,5 | ||
| Franse staatsobligaties | 44.143 | 1,7 | 117.591 | 4,9 | ||
| Hypothekenfonds (DMFCO) | 122.234 | 4,8 | 121.805 | 5,0 | ||
| NN Euro Credit Fund | 142.791 | 5,6 | 137.972 | 5,4 | ||
| BlackRock ICS Euro Liq.fund | 64.528 | 2,5 | 51.783 | 2,0 | ||
| HSBC GLB Liq-EUR Liq H | 50.740 | 2,0 | 2.585 | 0,1 | ||
| 968.828 | 38,0 | 861.650 | 34,7 | |||
| Totale beleggingsportefeuille | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € | % | € | % | |||
| Verdeling beleggingen per regio: | ||||||
| Europa EU | 1.097.636 | 49,5 | 1.071.050 | 47,1 | ||
| Europa niet EU | 145.464 | 6,6 | 134.523 | 5,9 | ||
| Midden- en Zuid-Amerika | 8.813 | 0,4 | 13.864 | 0,6 | ||
| Noord-Amerika | 941.239 | 42,4 | 946.539 | 41,7 | ||
| Azië ex Japan | 95.577 | 4,3 | 76.623 | 3,4 | ||
| Pacific | 112.829 | 5,1 | 121.055 | 5,3 | ||
| Overige | 6.066 | 0,3 | 5.846 | 0,3 | ||
| Derivaten | -188.060 | -8,5 | -97.421 | -4,3 | ||
| 2.219.564 | 100,0 | 2.272.079 | 100,0 | |||
Hoogte buffer
In het standaardmodel voor de bepaling van het vereist eigen vermogen is de gevoeligheid van het eigen vermogen voor concentratierisico (S8) gelijkgesteld aan 0%. Dit is gebaseerd op de veronderstelling dat een pensioenfonds een dusdanig gediversificeerde portefeuille aanhoudt dat het concentratierisico niet materieel is voor de vaststelling van het vereist eigen vermogen.
Actief beheer risico
Actief beheer risico ontstaat doordat vermogensbeheerders actief beheer voeren op (delen van) de beleggingsportefeuille. Onder actief beheer worden afwijkende posities in portefeuilles verstaan die worden ingenomen ten opzichte van strategische benchmarks. De mate van actief beheer wordt bepaald aan de hand van de tracking error. Een lage tracking error impliceert dat het feitelijke rendement dicht bij de gekozen benchmark ligt, terwijl een hoge tracking error aangeeft dat het rendement duidelijk van de benchmark afwijkt. Een hogere tracking error impliceert een hoger actief beheer risico.
Hoogte buffer
Bij de berekening van het vereist eigen vermogen wordt alleen een actief beheer risico becijferd voor de aandelenportefeuille indien de tracking error groter is dan 1%. Voor het pensioenfonds wordt hiervoor geen buffer aangehouden.
Diversificatie- en correlatie-effect
Bij de becijfering van het totale vereist eigen vermogen dient gebruikt gemaakt te worden van de wortelformule. Hierdoor is het totale vereist eigen vermogen kleiner dan de optelsom van de afzonderlijke buffers. In de wortelformule wordt namelijk verondersteld dat niet alle risico’s zich op hetzelfde moment zullen voordoen (diversificatie). Wel wordt uitgegaan van een positieve samenhang (correlatie) tussen het renterisico, het aandelen- en vastgoedrisico en het kredietrisico. Per saldo heeft dit een risico-verlagend effect. Bij het pensioenfonds is dit voor de feitelijke beleggingsportefeuille eind 2025 -216.660 en voor de strategische beleggingsportefeuille -167.293.
| Vastgesteld te Groningen d.d. 18 juni 2026 | |||
| Het bestuur | |||
| A.J. (Adriaan) den Herder (voorzitter) | A.J. (Ale Jan) Algra | ||
| B.K. (Britta) van Boven | D. (Dick) van den Brand | ||
| J.S. (Johan) Douma (secretaris) | J. (Joost) Hooghiem | ||
| A.C.M. (Sandra) Melman | |||