Verslag Verantwoordingsorgaan
Inleiding
Dit verslag van het Verantwoordingsorgaan (VO) heeft betrekking op het verantwoordingsjaar 2025 dat eindigde op 31 december 2025. Het jaar 2025 stond volop in het teken van de Wtp (Wet toekomst pensioenen) en de daaruit voortvloeiende voorbereidingen op de transitie naar een nieuw pensioenstelsel.
Jaarlijks geeft het VO een oordeel over het beleid van het bestuur van het pensioenfonds en de wijze waarop het beleid is uitgevoerd. Het VO gebruikt dit verslag om zijn oordeel uit te spreken over het gevoerde beleid van het bestuur. Daarnaast heeft het VO adviesrecht over bepaalde besluiten; een en ander conform art. 115a Pw. De rol van het VO is het vaststellen of de belangen van de verschillende belanghebbenden voldoende evenwichtig zijn afgewogen. In dit verslag vat het VO ook zijn adviezen aan het bestuur samen. De adviezen zijn gegeven indachtig de evenwichtige belangenbehartiging van actieve deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en de werkgevers.
Tot slot legt ook de raad van toezicht van het pensioenfonds verantwoording af aan het VO. Dit ziet onder meer toe op de uitvoering van de taken van de raad en de wijze waarop de raad zijn bevoegdheden heeft uitgevoerd.
Voor de vorming van zijn oordeel heeft het VO zich gebaseerd op overleggen met het bestuur en de raad van toezicht. Het VO heeft toegang tot de notulen van de bestuurs- en raad van toezicht vergaderingen alsmede in de documenten behorende bij deze notulen en/of andere schriftelijke beleidsstukken, zoals beschikbaar in systeem iBabs.
Het bestuur heeft het VO in de gelegenheid gesteld te reageren op het (concept)jaarverslag over 2025. Het VO heeft gebruik gemaakt van deze mogelijkheid en heeft zijn commentaar aan het bestuur verstrekt voor verwerking in het definitieve jaarverslag.
Samenstelling en benoeming van het VO
Het VO bestaat uit drie leden. De werkgevers (Gasunie en GasTerra), de werknemers (via verkiezingen onder de medewerkers van Gasunie en GasTerra) en de gepensioneerden (via verkiezingen onder de pensioengerechtigde deelnemers) dragen ieder één lid voor.
Ultimo 2025 was de samenstelling van het VO als volgt:
| Aangesteld namens | Naam | Aanvang | Einde |
|---|---|---|---|
| Werknemers | Emiel Ekamper | 20 april 2021 | 28 januari 2027 |
| Werkgevers | Erik Elzinga | 1 oktober 2011 | 1 juli 2026 |
| Gepensioneerden | Tom Faas | 28 januari 2015 | 28 januari 2027 |
Dhr. Elzinga is niet herbenoembaar na het einde van zijn huidige termijn. Dhr. Ekamper is na het einde van zijn huidige termijn nog één keer herbenoembaar voor een periode van vier jaar. Dhr. Faas zijn termijn eindigt op 28 januari 2027 en hij is niet meer herbenoembaar.
Het VO voldoet ultimo 2025 nog niet aan norm 35 van de Code Pensioenfondsen voor wat betreft geslacht- of genderidentiteit. Bij toekomstige benoemingen roepen wij op hier rekening mee te houden.
Overlegstructuur
Het VO heeft in 2025 periodiek overleg gevoerd met het bestuur over het gevoerde beleid en de voorgenomen en gemaakte beleidskeuzes. In 2025 vonden de volgende formele overleggen plaats:
| Overleg | Datum |
|---|---|
| Overleg VO – (delegatie van het) bestuur | 10 februari, 20 maart, 9 mei, 3 juni, 15 september en 9 december. |
| Overleg VO – raad van toezicht | 20 maart, 19 juni en 18 december |
| Voorzittersoverleg VO – Voorzitter bestuur | Praktisch na iedere bestuursvergadering (ca. 15 keer per jaar). |
Het formele reguliere overleg met het bestuur vindt tweemaal per jaar plaats en ziet toe op de belangrijkste zaken die de voorbije periode plaatsvonden of gaan plaatsvinden. Aanwezig bij dit overleg zijn, naast de leden van het VO – de voorzitter van het bestuur alsmede de voorzitters van de beleggingsadviescommissie, pensioen- en communicatiecommissie en risk- en compliance-commissie. Ook is een afvaardiging van het bestuursbureau aanwezig.
De ontwikkelingen rondom de transitie naar het nieuwe pensioenstelstel maakten dat er behoefte ontstond vanuit het VO om frequenter met het bestuur te spreken over de stand van zaken. In 2025 vond daarom een (circa) tweemaandelijks overleg plaats met het bestuur.
Het formele overleg met de raad van toezicht vindt minimaal twee keer per jaar plaats en ziet ook toe op de belangrijkste zaken die de voorbije periode plaatsvonden of gaan plaatsvinden. Dit overleg vindt plaats zonder aanwezigheid van bestuursleden.
Daarnaast hebben de voorzitter van het VO en de voorzitter van het bestuur van het pensioenfonds na iedere bestuursvergadering een bilateraal informeel overleg. Tijdens dit overleg worden integraal en volgens een vaste systematiek de agendapunten en eventuele besluiten van de voorgaande bestuursvergadering besproken. Door omstandigheden heeft dit overleg vanaf september 2025 tijdelijk niet plaatsgevonden. Het overleg wordt in 2026 weer hervat.
Het VO overlegt ook met het bestuur en het bestuursbureau en met de raad van toezicht buiten de normale vergadercyclus om. Dit gebeurt voornamelijk inzake het voorbereiden van adviesaanvragen.
Gang van zaken in 2025
Wtp
Net als 2024 stond het jaar 2025 voor het VO vooral in het teken van de Wtp. Sociale partners zijn voornemens om op 1 januari 2027 in te varen. De invoering van het nieuwe pensioencontract is één van de grootste wijzigingen binnen het pensioenfonds Gasunie in de laatste decennia. Dit vergt ook van het VO een zorgvuldige voorbereiding en frequent overleg met het bestuur en de raad van toezicht; een en ander in aanloop naar ons wettelijke verzwaarde adviesrecht met betrekking tot het voorgenomen invaarbesluit. Het VO heeft ter voorbereiding op de adviesaanvraag zichzelf bekwaamd in de Wtp materie door het bijwonen van cursussen en trainingen o.a. van de Pensioenfederatie, door kennis te nemen van documentatie en door zich periodiek door het bestuur te laten informeren. Ook heeft het VO gemeend dat het verstandig is om zich te laten bijstaan door een externe adviseur (Montae & Partners).
Onderwerpen waarin het VO zich in 2025 heeft verdiept, zijn onder meer de risicopreferentie en -houding, de datakwaliteit, de financiële opzet en het Wtp communicatieplan. Daarnaast hebben we uiteraard kennisgenomen van de transitieplannen en daarover vragen gesteld. Het bestuur heeft ten aanzien van de vragen die het VO had telkens toereikend kunnen antwoorden en onze suggesties zijn overgenomen.
We zien dat het bestuur, als ook de onderliggende commissies, open staan voor verschillende invalshoeken en zich waar nodig laten bijstaan door ter zake kundige specialisten. Ook worden sleutelfunctiehouders actief betrokken en geeft het bestuur blijk van een goede relatie met de raad van toezicht. Het aspect van evenwichtigheid wordt ook in de onderbouwing bij de besluitvorming gemotiveerd. Hoewel we zien dat bestuur – net als vele andere fondsen – sterk steunt op een aantal externe adviseurs, bestaat niet de indruk dat het bestuur zelf onvoldoende kennis heeft of onvoldoende kritisch is naar deze adviseurs. In deze context benadrukken we het belang van het behouden van eigen kennis, en – als gevolg van het vertrek van twee bestuursleden na de balansdatum – bij herbenoemingen hier expliciet rekening mee te houden.
Het VO heeft in juni 2025 zijn definitieve advies gegeven voor het voorgenomen invaarbesluit. Het bestuur heeft het advies overgenomen en ingestemd met dit advies.
Het VO heeft in 2025 een zelfevaluatie uitgevoerd onder begeleiding van een extern bureau.
Op 15 september 2025 bestond het pensioenfonds 60 jaar, het VO heeft de viering bijgewoond tijdens een bestuursvergadering. Het VO heeft deze vergadering als zeer positief ervaren.
Benoeming Raad van Toezicht
Dhr. Hoos heeft besloten om zijn termijn niet te verlengen per 1 oktober 2025 in de raad van toezicht. Om tijdig te anticiperen op zijn vertrek, heeft het VO – met ondersteuning van het bestuursbureau – samen met de raad van toezicht een functieprofiel bepaald voor zijn opvolging. In mei 2025 heeft het VO het functieprofiel definitief vastgesteld en heeft het bestuursbureau namens het VO een wervings- en selectiebureau benaderd om een longlist van mogelijke kandidaten voor te stellen. Het VO heeft uit deze longlist vier kandidaten met verschillende achtergronden en competenties geselecteerd om deel te nemen aan de interviews. De interviews zijn gehouden door de drie leden van het VO, aangevuld met mevr. De Graaf als toehoorder/vertegenwoordiger van de zittende leden van de raad van toezicht.
Tijdens de interviews heeft het VO een beeld gevormd van de achtergronden van de kandidaten, voor wat betreft kennis, ervaring en onafhankelijkheid. Op grond van de uitkomsten van de interviews heeft het VO unaniem besloten om dhr. Honsdrecht voor te dragen als lid van de raad van toezicht.
Het VO spreekt langs deze weg nogmaals zijn dank uit aan dhr. Hoos voor zijn inzet voor het pensioenfonds.
Adviesaanvragen
Het VO heeft in 2025 geadviseerd over het communicatie beleidsplan.
Op 8 juli 2025 heeft het VO een gedetailleerd advies over het voorgenomen invaarbesluit gegeven. Het bestuur heeft een aantal aannames verwoord en gereageerd n.a.v. delta netto profijt resultaten slapers, compensatie doorsneesystematiek, de nieuwe nullijn en het risico op een negatief vermogen en het aanwenden solidariteitsreserve voor dat doel.
In september 2025 heeft het VO geadviseerd over het beloningsbeleid.
Uitvoeringskosten 2025
Het VO constateert dat de uitvoeringskosten in 2025 door de Wtp transitie aanzienlijk zijn beïnvloed. Het VO vindt dat het bestuur in zijn beleidskeuzes passende aandacht heeft besteed aan de beheersing van de kosten die gemoeid gaan met de pensioenregeling. We onderschrijven de mening van het bestuur dat de kosten voor de uitvoering van de pensioenregeling in 2025 aanvaardbaar zijn.
Het VO doet wel de aanbeveling om concreet na te denken tot welk kostenniveau de uitvoeringskosten aanvaardbaar zijn voor het bestuur. We roepen op hierbij niet louter aan de – vrij generieke – benchmark te toetsen, maar ook naar andere maatstaven te kijken, zoals bijvoorbeeld de langjarige gevolgen voor de verwachte pensioenopbouw. Ook vinden wij dat explicieter aandacht kan worden besteed aan de vraag welke extra kosten voor het behalen van doelstelling #4 (‘Het zorgdragen voor een adequate uitvoering van de pensioenregeling.’) het bestuur acceptabel vindt.
Bevindingen raad van toezicht
Het VO heeft kennisgenomen van de bevindingen van de raad van toezicht. De aanbevelingen van de raad van toezicht worden door het VO onderschreven.
Oordeel
Naar onze mening heeft het bestuur in 2025 op professionele en adequate wijze zijn taken uitgevoerd. Dit is zowel van toepassing op de reguliere bestuursaspecten van het fonds, maar ook ten aanzien van de ontwikkelingen op het gebied van de Wtp. Het bestuur heeft naar onze mening de belangen van de actieve deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en de werkgevers telkens evenwichtig behandeld.
Aandachtspunten 2026
Voor 2026 heeft het VO de volgende aandachtspunten:
- Voortgang van het Wtp-traject;
- Communicatie in het kader van de Wtp;
- Ontwikkeling van de beheerskosten op middellange termijn.
Tot slot
Het VO dankt de leden van de raad van toezicht en het bestuur voor de prettige samenwerking. We hopen de constructieve samenwerking het komende jaar te mogen continueren. Een woord van dank ook voor de medewerkers van het bestuursbureau. Zij hebben ondanks de aanhoudende drukte en alle complexe ontwikkelingen en vraagstukken rondom de Wtp het VO prettig en professioneel ondersteund, waarvoor onze oprechte erkenning.
E.S. (Emiel) Ekamper (voorzitter)
A.F. (Erik) Elzinga
A.E.C. (Tom) Faas
Reactie van het bestuur
Het bestuur dankt het VO voor dit verslag. De voorbereidingen voor invaren met als sluitstuk de adviesaanvraag op het invaarbesluit hebben in 2025 ook bij het VO geleid tot een hogere werkdruk. Dat heeft zich onder andere geuit in een veel groter aantal vergaderingen dan gebruikelijk zodat het VO zijn rol goed kan vervullen. Het bestuur is de leden van het VO erkentelijk voor hun (extra) inzet in 2025.
Het VO doet de aanbeveling om concreet na te denken tot welk kostenniveau de uitvoeringskosten aanvaardbaar zijn voor het bestuur. Het bestuur neemt deze aanbeveling ter harte en zal dit meenemen wanneer het bestuur zich strategisch op de toekomst van het fonds gaat oriënteren.
Voor het jaar 2026 zullen de uitvoeringskosten naar verwachting hoger uitkomen dan normaal. Dit is het gevolg van de extra activiteiten van het fonds die noodzakelijk zijn voor de verdere implementatie van- en de transitie naar de Wtp-regeling, beoogd per 1 januari 2027.
In 2025 heeft het bestuur van AZL inzicht gekregen in het reguliere kostenniveau voor de pensioenuitvoering van de Wtp-regeling vanaf 2027. Dit kostenniveau ligt fors hoger dan het kostenniveau van de uitvoering van de huidige regeling. Dit structureel hogere kostenniveau is een direct gevolg van de investeringen die AZL heeft moeten doen om de Wtp-transitie voor zijn klanten te kunnen realiseren.
Het bestuur streeft er uiteraard naar om de uitvoeringskosten zo laag als mogelijk te houden, maar realiseert zich dat deze kostenstijging niet te vermijden is omdat pensioenuitvoering marktbreed duurder zal worden door de Wtp-transitie en toenemende reguleringsvereisten. Bovendien is het in de huidige markt, waarin pensioenuitvoeringsorganisaties besluiten om te stoppen en pensioenfondsen de deur uit zetten, van groot belang om als pensioenfonds zekerheid te hebben over de continuïteit van de toekomstige pensioenuitvoering. Aan deze zekerheid hangt helaas een hogere prijs dan we tot op heden gewend zijn.
Het bestuur bedankt het VO voor de inzet en voor de constructieve samenwerking gedurende het afgelopen jaar. Het bestuur kijkt ernaar uit om samen met het VO de overgang naar het nieuwe stelsel mee te maken, waarbij het bestuur de positief-kritische werkwijze van het VO zeer waardeert.