Spring naar inhoud

Voorwoord

Voorwoord

Inleiding

Stichting Pensioenfonds Gasunie (hierna: het fonds) mocht op 15 september 2025 haar 60-jarige bestaan vieren. Daaraan hebben we aandacht besteed in een speciale pensioenkrant. Het jaar 2025 stond voor het fonds net als het voorgaande jaar in het teken van de voorbereiding op de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Het jaar 2025 was een intensief jaar, waarin het fonds samen met de pensioenuitvoeringsorganisatie grote stappen heeft gezet richting een zorgvuldige en evenwichtige transitie op 1 januari 2027. Tegelijkertijd bleef de dagelijkse uitvoering van de pensioenregeling onverminderd doorgaan.

Financiële ontwikkelingen

De financiële positie van het fonds was in 2025 goed. De dekkingsgraad bewoog gedurende het jaar op een niveau ruim boven de vereiste dekkingsgraad.

De rente is in 2025 per saldo gestegen. Een stijgende rente heeft een positief effect op de dekkingsgraad, omdat het fonds daardoor minder vermogen hoeft aan te houden voor toekomstige verplichtingen. In 2025 is een beleggingsrendement van 0,6% behaald. De gestegen rente en het positieve beleggingsresultaat hebben gezorgd voor een stijging van de dekkingsgraad. De actuele dekkingsgraad was op 31 december 2024 137,4% en op 31 december 2025 152,5%.

Het fonds heeft zowel per 1 januari 2025 als per 1 januari 2026 een toeslag en een inhaaltoeslag toegekend. Voor de bepaling van de toeslag per 1 januari 2025 is gekeken naar de ontwikkeling van de prijzen van augustus, september en oktober van 2024 ten opzichte van dezelfde periode in 2023. De prijzen stegen in deze periode met gemiddeld 2,6%. Het bestuur heeft daarom besloten per 1 januari 2025 een toeslag te verlenen van 2,6%. Daarbij is echter de daling van 0,6%, die vorig jaar per 1 januari 2024 was vastgesteld, verrekend voor de mensen die vóór 1 januari 2024 deelnemer waren bij het fonds. Voor hen zijn de pensioenen per 1 januari 2025 daarom verhoogd met 2,0% in plaats van met 2,6%. Per 1 januari 2025 is tevens een inhaaltoeslag toegekend ter waarde van 2,0% van de totale technische voorzieningen (TV), waaruit 40,6% van de resterende gemiste toeslagen kon worden gerepareerd.

Per 1 januari 2026 was de stijging van de prijzen (CPI-afgeleid en maatstaf voor indexatie) gemiddeld 2,9%. Het bestuur heeft besloten om de pensioenen per die datum te verhogen met 2,9%. Per 1 januari 2026 heeft het fonds ook weer een inhaaltoeslag kunnen toekennen ter waarde van 1,5% van de totale TV. Hiermee werd omgerekend 54% van de resterende individuele toeslagachterstanden ingehaald.

Wet toekomst pensioenen (Wtp)

De voorbereidingen voor de overgang naar de nieuwe pensioenregeling zijn in 2025 in een belangrijke fase gekomen. Eind 2024 hebben de sociale partners van N.V. Nederlandse Gasunie (hierna: Gasunie) en GasTerra B.V. (hierna: GasTerra) hun transitieplannen aan het fonds overhandigd. Het transitieplan bevat alle keuzes, voor- en nadelen, overwegingen en berekeningen die nodig zijn voor de overgang naar de nieuwe pensioenregeling, inclusief het zogeheten invaren van de bestaande aanspraken en rechten in de nieuwe regeling.

Het fonds heeft deze plannen van de sociale partners in 2025 zorgvuldig beoordeeld en getoetst of de gemaakte keuzes voor alle betrokken uiteindelijk evenwichtig zijn. Ook heeft het bestuur bekeken of alle afspraken goed uitvoerbaar zijn. Het oordeel daarover heeft het fonds uitgebreid beschreven in het implementatieplan.

Een belangrijke mijlpaal was de indiening van het implementatieplan bij De Nederlandsche Bank (hierna: DNB) op 29 september 2025. In dit plan heeft het fonds uiteengezet hoe de overgang naar de nieuwe pensioenregeling beheerst en verantwoord wordt uitgevoerd, met aandacht voor onder meer risicobeheersing, datakwaliteit en evenwichtige belangenafweging. Tegelijk met de indiening bij DNB is het communicatieplan voorgelegd aan de Autoriteit Financiële Markten. In dit plan staat hoe we rekening houden met de verschillende doelgroepen, welke informatie zij van ons kunnen verwachten en wanneer dit gebeurt. Met deze stappen is een stevige basis gelegd voor de verdere implementatie richting de beoogde overgang per 1 januari 2027.

Het is belangrijk dat de diverse groepen deelnemers (actieven, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden) goed begrijpen wat de aanstaande wijzigingen voor hen gaan betekenen. Daarom heeft het fonds in 2025 en 2026 veel aandacht besteed aan voorlichting over de nieuwe regeling. Zo zijn er diverse workshops en online-vragenuren georganiseerd. De website heeft aparte pagina's gekregen over de nieuwe regeling en vele aspecten daarvan. Naast diverse nieuwsbrieven is er in het najaar van 2025 een speciaal “magazine” over de nieuwe regeling verspreid onder alle deelnemers. Verder vond er geregeld overleg plaats met de sociale partners en met de belangenbehartigers de VGG (vereniging van gepensioneerden) en de VIG (vereniging van gewezen deelnemers). Ook heeft het fonds een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke belangstelling onder gepensioneerden en gewezen deelnemers voor een overstap van het fonds naar een verzekeraar indien die optie aangeboden zou worden (“carve out").   

In het kader van de voorbereidingen op de nieuwe pensioenregeling is in 2025 ook gewerkt aan verschillende andere projecten die bijdragen aan een beheerste en toekomstbestendige uitvoering van de pensioenregeling. Zo heeft het fonds, samen met betrokken ketenpartijen, stappen gezet in het expliciteren en vastleggen van taken, verantwoordelijkheden en onderlinge afspraken binnen de pensioenuitvoeringsketen. Het gaat hierbij om de processen die het mogelijk maken dat de deelnemers in 2027 maandelijks de wijziging van hun persoonlijke pensioenpotje (een toename of een afname) kunnen inzien.  

Een belangrijk onderwerp is de uitvoering van het beleggingsbeleid vanaf 2027. Het beleggingsbeleid blijft collectief uitgevoerd worden door het fonds voor alle deelnemers tezamen, maar de manier waarop het totale beleid vorm krijgt wordt anders. Die wordt namelijk leeftijdsafhankelijk opgezet en dat staat bekend als de “lifecycles”. Hierdoor zal er voor jonge deelnemers relatief veel beleggingsrisico worden genomen met relatief weinig bescherming tegen de gevolgen van een rentewijziging, terwijl dat voor oudere deelnemers en gepensioneerden andersom is: minder beleggingsrisico en meer bescherming tegen wijzigingen van de rente.

Eind 2024 heeft het fonds een asset liability management studie (ALM-studie) uitgevoerd. De conclusies waren onder andere dat de assetcategorie grondstoffen vervangen zal worden door high yield obligaties. Ook zullen de strategische gewichten van de categorieën kredietobligaties, hypotheken en onroerend goed worden aangepast. In 2025 heeft het fonds voorbereidingen getroffen om te komen tot nieuwe beheerders voor high yield obligaties en kredietobligaties.  

Met het oog op de naderende transitiedatum (gepland op 1 januari 2027) heeft het fonds de wens om de dekkingsgraad te beschermen. Daarom heeft het fonds de zogeheten renteafdekking in het najaar van 2024 verhoogd. Verder is besloten om de beleggingsportefeuille in 2026 verder te beschermen tegen ongunstige schokken in de aandelen- en rentemarkten.

Personele wijzigingen

Op 28 januari 2025 is Dick van den Brand formeel benoemd tot lid van het bestuur, nadat hij in juli 2024 als aspirant-lid tot het bestuur was toegetreden. Hij is voorgedragen door de geleding van pensioengerechtigden.

Op 15 april 2025 is Flip van Koten afgetreden als bestuurder en als voorzitter van de beleggingsadviescommissie. Johan Douma heeft het voorzitterschap van de beleggingsadviescommissie overgenomen. De vacature die binnen het bestuur is ontstaan, is in 2025 nog niet opgevuld.

Joost Hooghiem was per 1 januari 2020 voorzitter van ons fonds. Hij heeft per 1 september 2025 zijn voorzittersrol neergelegd, vanwege het beëindigen van zijn werkzaamheden bij Gasunie. Wel is hij actief gebleven als extern bestuurslid. Het bestuur heeft daarvoor gekozen gelet op de gewenste continuïteit tijdens de transitie naar de nieuwe regeling. Adriaan den Herder heeft de rol van voorzitter overgenomen. Hij is al tien jaar lid van het bestuur en brengt zodoende ruime bestuurlijke ervaring mee. Omdat het voorzitterschap van het fonds niet gecombineerd kan worden met het voorzitterschap van een commissie, heeft Dick van den Brand de voorzittersrol van de Risk- en Compliancecommissie overgenomen.

Binnen de Raad van Toezicht heeft eveneens een wijziging plaatsgevonden. Haitse Hoos is per 1 oktober 2025 afgetreden na twee zittingstermijnen. Hij is opgevolgd door Benno Honsdrecht.

Bij het bestuursbureau is op 1 april 2025 Henrike Eberwijn-Nijboer gestart als Financial Controller. Op 1 januari 2026 heeft Sander Swaters zijn rol als manager van het bestuursbureau neergelegd. Eliena van der Velde heeft zijn functie overgenomen.

Op deze plek wil het bestuur melden de vertrokken bestuursleden, het lid van de Raad van Toezicht en de medewerkers van het bestuursbureau zeer erkentelijk te zijn voor de door hen geleverde inzet. Met name de laatste paar jaar hebben veel inzet van allen gevraagd. 

Vooruitblik

Het fonds beoogt op 1 januari 2027 over te gaan naar de nieuwe pensioenregeling. In 2026 ligt de nadruk op de verdere uitwerking en afronding van de voorbereidingen, waaronder de beoordeling van het implementatieplan en de bijbehorende onderbouwingen door DNB.

Met een gestructureerde en projectmatige aanpak werkt het fonds in 2026 verder aan de technische en operationele inrichting van de nieuwe regeling, het actualiseren van beleidsdocumenten, passende deelnemerscommunicatie en de afstemming met DNB.

Tegelijkertijd blijft het bestuur zich richten op een stabiele en zorgvuldige uitvoering van de huidige pensioenregeling. Met de stappen die in 2025 zijn gezet, is een solide basis gelegd voor de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Ook in de komende periode blijft zorgvuldigheid daarbij leidend.


Groningen, 18 juni 2026

Het bestuur