Verslag Raad van Toezicht
Inleiding
Dit verslag betreft het jaar 2025 en hiermee doet de Raad van Toezicht (RvT) verslag van de invulling door alle betrokkenen bij pensioenfonds Gasunie van ‘Goed Pensioenfondsbestuur’.
Taak en werkwijze Raad van Toezicht
De RvT heeft op grond van de Pensioenwet tot taak het houden van toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in het pensioenfonds, met daarbij aandacht voor adequate risicobeheersing en evenwichtige belangenafweging.
De RvT wil zijn toezichtstaak zodanig uitvoeren dat het bijdraagt aan een effectief en slagvaardig functioneren van het pensioenfonds. Daarbij is het de intentie om invulling te geven aan een brede taakopvatting met een kritische en onafhankelijke blik, gericht op de implementatie van de strategische doelstellingen van het fonds en het behouden, en waar nodig verbeteren, van de voorwaarden waaronder de gehele fondsorganisatie haar werkzaamheden ten behoeve van de deelnemers kan volbrengen.
Gedurende 2025 nam de RvT (of een van haar leden) deel aan ca. 20 bijeenkomsten met diverse fondsorganen.
Samenvattend oordeel
De RvT heeft het functioneren van het bestuur van het fonds gedurende 2025 gevolgd en beoordeeld. De RvT stelt vast dat het beleid van het bestuur zorgvuldig tot stand is gekomen en uitgevoerd, en dat daarmee het bestuur, naar het oordeel van de RvT, gedurende 2025, ´in control´ was, en de continuïteit van het fonds in voldoende mate heeft geborgd. Het fonds betrekt de evenwichtige belangenafweging in meer dan voldoende mate bij haar besluitvormingstrajecten en beschikt over een adequate risicobeheersing.
Observaties van de Raad van Toezicht
1 Goed zorgen voor het pensioen van belanghebbenden,
start vanuit het gekozen bestuursmodel met een gedegen governance en beleid op basis van de belangen van de deelnemers waarover helder gecommuniceerd wordt.
Het functioneren van de governance
Het fonds hanteert het paritair bestuursmodel en de governance is conform wet- en regelgeving ingericht. Beleidsbepaling en besluitvorming geschieden door het bestuur, na voorbereiding door een van de commissies (PCC, RCC, BAC). Uitvoering en coördinatie van het beleid is belegd bij het bestuursbureau, alsmede de uitbestedingspartijen. Verantwoording over het gevoerde beleid, en toezicht daarop geschied aan het verantwoordingsorgaan, respectievelijk door de RvT. Jaarlijks toetst het fonds de naleving van de Code Pensioenfondsen; eventuele non-compliance wordt toegelicht in het jaarverslag.
Beleid van het bestuur
Het bestuur pakt zijn taken professioneel op en beziet jaarlijks of de fondsdoelstellingen en de strategische koers nog adequaat gerealiseerd worden, dan wel bijstelling behoeven. Het bestuur betrekt hierbij nadrukkelijk de belangen van de deelnemers, deze worden periodiek uitgevraagd (risicopreferentieonderzoek, enquêtes).
Communicatie
Het fonds communiceert frequent en planmatig met zijn deelnemers door middel van een scala aan uitingen. Belangrijke fondsdocumenten zijn openbaar (website) en voor grote thema’s worden aanvullende, gerichte, communicatie-acties ondernomen.
2 Goed besturen,
is teamwork en geschiedt door een transparante, deskundig bemenste organisatie op basis van een vastgelegde taakverdeling.
Bestuur
Het bestuur initieert nieuw beleid, en besluit na voorbereiding in een van de commissies, op basis van gedocumenteerd onderzoek, en in notulen vastgelegde overwegingen door het gehele bestuur, met aandacht voor evenwichtige belangenbehartiging en risicomanagement.
Op 15 september is een belangrijke mijlpaal in de Wtp-transitie bereikt en kon, na een positief advies van het VO en de goedkeuring van de RvT, het invaarbesluit worden vastgesteld, ter indiening bij DNB.
Naar aanleiding van het aanvaarden van een functie buiten N.V. Nederlandse Gasunie door de voorzitter van het bestuur, J. Hooghiem, is A. den Herder benoemd tot voorzitter. Door het vertrek van de heer Van Koten is er een vacature in het bestuur namens de werkgever.
Pensioen- en Communicatiecommissie
Het pensioenbeleid, de uitvoering van de pensioenregeling en de communicatie met de deelnemers, vormen het reguliere domein van de Pensioen- en Communicatiecommissie. De commissie wordt inhoudelijk ondersteund door het bestuursbureau.
De PCC kwam in 2025 zesmaal bijeen. De PCC werkt met een jaarplan voor het reguliere ’onderhoud’ van beleidsdocumenten. Deze planning werd volledig afgewerkt. Diverse beleidsdocumenten werden geactualiseerd en/of voorzien van actuele parameters.
Daarnaast werd een belangrijk deel van de werkzaamheden van de PCC bepaald door de aanstaande Wtp-transitie. Belangrijk voorbereidend werk in het kader van de Wtp-transitie werd gedaan in de dossiers ‘communicatie(-plan)’ en ‘keuzebegeleidingsbeleid’. De communicatie naar de deelnemers over de komende veranderingen in hun pensioen was veelvormig en intensief, bestaande uit (o.a.) workshops, online vragenuren, op de website van het fonds, nieuwsbrieven en een ‘Wtp-magazine’. In het najaar is het communicatieplan ingediend bij aan de Autoriteit Financiële Markten. Met de vaststelling en indiening van het invaarbesluit breekt er een nieuwe fase aan in de Wtp-transitie. Vooreerst dienen nog een aantal aanvullende vragen van DNB beantwoord te worden alvorens definitieve goedkeuring door DNB kan worden verleend. Inmiddels is gestart met de uitwerking van het zeer omvangrijke ‘werkplan implementatie Wtp-transitie’. Vele tientallen ‘producten’ moeten worden gedetailleerd en t.z.t. worden geïmplementeerd.
In het najaar werden het pensioenreglement en de ABTN aangepast, en vond met de vaststelling van een statutenwijziging van de stichting de afronding plaats van een intensieve discussie omtrent de vormgeving van de bescherming van pensioenfonds functionarissen tegen eventuele aansprakelijkheidsstelling door derden.
Beleggingsadviescommissie
De beleggingsadviescommissie wordt inhoudelijk ondersteund door het bestuursbureau en aangevuld met twee ervaren externe deskundigen. Dit maakt een brede en goed gefundeerde gedachtewisseling mogelijk, waarin beleggingen, beleggingsrisico’s en financieel beheer vanuit verschillende perspectieven zorgvuldig worden beoordeeld. Deze werkwijze draagt bij aan de kwaliteit van de adviezen en de onderliggende argumentatie, en ondersteunt een zorgvuldige besluitvorming door het bestuur. Het fonds hanteert daarbij een duidelijke beleggingscyclus die aantoonbaar aansluit op de vastgestelde risicohouding. De RvT is tevreden over de wijze waarop de informatie wordt gepresenteerd en besproken, en over het hoge niveau van de voorbereiding van de stukken. De overgang naar een nieuwe voorzitter van de Beleggingsadviescommissie is zorgvuldig voorbereid en soepel verlopen.
Net als in het voorgaande jaar stond ook in 2025 de voorbereiding op de overgang naar de Wtp centraal. Hieraan is, samen met externe partijen, zowel in reguliere als in specifieke vergaderingen (8x) veel tijd en aandacht besteed. In de eerste helft van 2025 is het vermogensbeheertransitieplan verder uitgewerkt en verdiept, met daarbij expliciete aandacht voor de bescherming van de dekkingsgraad richting het moment van invaren.
Naast deze transitiethema’s zijn ook de reguliere onderwerpen behandeld, waaronder de jaarlijkse zelfevaluatie. Tevens is gestart met de selectie van een nieuwe externe vermogensbeheerder voor investment grade credits en high yield credits en is het liquiditeitsbeleid aangescherpt. Tot slot is het ESG beleid herijkt; de ESG-stuurgroep heeft in samenwerking met Cardano verschillende workshops gehouden waarbij het bestuur aanwezig was.
De countervailing power in het bestuur en de discussies naar aanleiding van de inbreng van de BAC in het bestuur zijn goed.
Risk- en Compliancecommissie
Door de verschillende wisselingen in het bestuur, is de rolverdeling in de RCC in het verslagjaar gewijzigd. De voorzitter van de RCC is voorzitter van het bestuur geworden en is daarom afgetreden als voorzitter van de RCC, hij bleef wel lid van de RCC. Het andere bestuurslid in de RCC is als nieuwe RCC-voorzitter benoemd. De RCC wordt inhoudelijk ondersteund door het bestuursbureau en de sleutelfunctiehouder risicobeheer is vrijwel bij alle vergaderingen van de RCC aanwezig. Deze laatste heeft ook overleg met de andere sleutelfunctiehouders. Dat brengt coördinatie in het risicobeheer van het fonds.
Er wordt op kwartaalbasis aan het bestuur gerapporteerd over de financiële en niet-financiële risico’s en kenbaar gemaakt of en zo ja welke acties nodig zijn om binnen de risicobereidheid van het fonds te blijven.
Het denken vanuit een integraal risicomanagementbeleid krijgt steeds meer aandacht binnen het fonds en komt op een steeds hoger niveau. Het aantrekken van de externe sleutelfunctiehouder risicobeheer in 2024 is daarbij van essentieel belang geweest. Een aandachtspunt is wel dat het verschil tussen een eerstelijns risico-opinie en een tweedelijns risico-opinie mogelijk vervaagd.
In het verslagjaar is ook door de RCC veel tijd en aandacht besteed aan de Wtp. Vooral datakwaliteit heeft veel op de agenda gestaan. Daarnaast zijn, als gevolg van de eigen bevindingen van het fonds, de risico’s van de verschillende uitbestedingsrelaties onder de loep genomen. Ook de risico’s van een mogelijke carve-out na het invaren hebben aandacht gekregen. Het organiseren van een jaarlijkse risicomanagementdag voor alle bestuursleden hoort ook tot de werkzaamheden van de RCC. Ook dit vergroot het risico denken binnen het bestuur.
De RCC stelt jaarlijks een jaarplan op dat in het verslagjaar redelijk uitdagend was ondanks dat de werkzaamheden voor de Wtp bewust niet in dit jaarplan meegenomen waren; de werkzaamheden voor de Wtp die onder de verantwoordelijkheid van de RCC vielen, waren onderdeel van een separaat Wtp-projectplan. Het jaarplan is op een aantal onderdelen niet volledig uitgevoerd. Dit is een gevolg van de vele werkzaamheden in het kader van de Wtp voor de RCC. Het in het jaarplan bijhouden van alle RCC-werkzaamheden en hiermee regelmatig monitoren van wat is gerealiseerd en wat niet inclusief de oorzaak ziet de RvT als een aandachtspunt.
Naast risicobeheer is ook het compliant zijn met wet- en regelgeving ondergebracht bij de RCC. De functie van complianceofficer is uitbesteed. Deze functionaris is in het verslagjaar wel aanwezig geweest bij het sleutelfunctiehoudersoverleg en bij de risicomanagementdag maar niet bij de reguliere vergaderingen van de RCC. Dat laatste zou overwogen kunnen worden, gezien de werkzaamheden die hij voor het fonds en specifiek in opdracht van de RCC verricht.
Het algemeen oordeel over het risicobeheer is, met inachtneming van bovengenoemde aandachtspunten, positief.
3 Effectief intern toezichthouden en controle uitoefenen,
maken integraal deel uit van de processen binnen het fonds, eigenstandige signalering verhoogd de kwaliteit van het (gevoerde) beleid.
Sleutelfunctiehouders
De drie sleutelfuncties zijn ingericht en werken volgens afgestemde (meerjaren)plannen en rapporteren periodiek. Waar de actualiteit dat vraagt signaleren de sleutelfunctiehouders (SFH’s) dit en brengen hun bevindingen onder de aandacht van de relevante fondsorganen. Periodieke afstemming vindt tussen de SFH’s plaats via het SFH-overleg; deze afstemming is geïnstitutionaliseerd en er vond vijf keer overleg plaats in het boekjaar, hetgeen de efficiency van hun werkzaamheden, met name in het Wtp-traject, ten goede komt.
Compliance
Het fonds voldoet aan wet- en regelgeving. Hierop wordt toegezien door een externe complianceofficer, die jaarlijks aan het bestuur rapporteert.
Intern toezicht
De werkwijze van de RvT is hierboven toegelicht. Naast de gebruikelijke aandacht voor de reguliere bestuursagenda (bestuur en commissies) en verantwoording (VO) nam in 2025, vanwege het Wtp-traject, de intensiteit van de werkzaamheden toe. De verdieping van de werkzaamheden gedurende het gehele Wtp traject, voor een belangrijk deel tezamen met het VO, vond de RvT waardevol.
De goedkeuring door de RvT van het invaarbesluit verliep voorspoedig.
Op 17 juli ontving de RvT de uitgebreid gedocumenteerde goedkeuringsaanvraag over het invaarbesluit van het bestuur.
Op 28 augustus kon de RvT, onder voorbehoud van de beantwoording van een 6-tal vragen (o.a. over de aansluiting van het invaarbesluit op de lange termijnstrategie van het fonds; en de gehanteerde maatstaven voor de transitie-effecten) reeds haar voorgenomen goedkeuring kenbaar maken.
Op 4 september zijn deze vragen door het bestuur schriftelijk grotendeels beantwoord.
Op 15 september zijn de laatste vragen van de RvT in de bestuursvergadering aan de orde geweest, en kon de RvT haar goedkeuring over het invaarbesluit geven.
4 Verantwoording en inspraak organiseren,
leiden tot reflectie op het bestuurlijk handelen en vergoten het draagvlak.
Verantwoordingsorgaan
Het VO is paritair samengesteld en heeft toegang tot alle fondsdocumenten. Na elke bestuursvergadering wordt het VO geïnformeerd. De rol van het VO in het Wtp-traject wordt onderkend en gefaciliteerd. Het VO heeft een exclusieve adviseur t.b.v. de transitie voorbereidingen. In de opzet van het Wtp-project waren diverse verdiepingssessies gepland, en werd de besluitvorming planmatig georganiseerd.
Het VO ontving op 28 mei de adviesaanvraag over het invaarbesluit van het bestuur. Op 8 juli heeft het VO, met een gedegen notitie, een positief advies over het voorgenomen invaarbesluit afgegeven.
Vereniging Gepensioneerden Gasunie (VGG) en Vereniging Inactieven Gasunie (VIG)
Naast de VGG, welke vanouds bestuurlijk vertegenwoordigd is, heeft het fonds zich ingespannen om ook de inactieve deelnemers een stem te geven in de aanstaande Wtp-transitie. Dit heeft geleid tot de oprichting van de VIG. VGG en VIG werden actief geïnformeerd over de Wtp-transitie, en maakten gebruik van hun hoorrecht bij het transitieplan van sociale partners.
5 Effectief functioneren van fondsorganen,
is voorwaardelijk om de fondsdoelen te bereiken.
Kwaliteit
De bemensing van alle fondsorganen voldoet aan de voor de functie bestaande geschiktheidseisen; aan de diversiteitseisen wordt voldaan. Voor alle fondsorganen is de afbakening van taken en bevoegdheden beschreven in o.a. de statuten en reglementen per orgaan.
Evaluatie
Bij alle fondsorganen vindt een jaarlijkse (zelf-)evaluatie plaats, periodiek onder begeleiding van een externe deskundige. Partijen waaraan werkzaamheden worden uitbesteed worden door het fonds periodiek geëvalueerd. De evaluatie van de RvT, met externe begeleiding, voorzien voor het najaar van 2025 is i.v.m. de wisselingen in de bezetting verdaagd naar het voorjaar van 2026.
Aanbevelingen
Gezien het intensieve contact tussen de diverse fondsorganen en de RvT, worden ideeën, adviezen en aanbevelingen van de RvT(-leden) in de regel direct gecommuniceerd. Naar aanleiding van de ‘review 2025’ door de RvT, en een aantal gesprekken t.b.v. deze rapportage noteert de RvT hierbij een aantal aandachtspunten.
• Houd voldoende oog voor de strategie en continuïteit van het fonds na invoering van de Wtp;
• Houd aandacht in besluitvorming voor het onderscheid tussen eerstelijns- en tweedelijns risico-opinies;
• Expliciteer de evaluatie van het jaarplan van de RCC, en licht de discrepanties tussen de geplande en niet-gerealiseerde activiteiten toe;
• Overweeg om de complianceofficer voor vergaderingen van de RCC uit te nodigen inzake compliancegerelateerde onderwerpen.
• Druk op Gasunie voor het voordragen van bestuursleden namens N.V. Nederlandse Gasunie met het oog op het vigerende aftreedschema van de werkgeversvertegenwoordigers in het bestuur.
2025
Ook gedurende 2025 was de impact van de Wtp op alle betrokkenen bij het fonds aanzienlijk. De facto werden alle fondsorganen geconfronteerd met een nagenoeg ‘verdubbelde agenda’. Dit leidde tot verhoogde belasting van vele betrokkenen, welke slechtst ten dele kon worden gecompenseerd door de uitbreiding van zowel interne, als externe capaciteit. De Raad heeft dan ook veel respect en waardering voor de inzet van het gehele team van Pensioenfonds Gasunie voor het goede bestuur over 2025, en is vol vertrouwen voor continuering van het goede bestuur in 2026.
In 2025 namen een aantal mensen afscheid van hun rol binnen de fondsorganisatie.
Na twee termijnen nam Joost Hooghiem afscheid als voorzitter van het fonds, bestuurslid Adriaan den Herder volgde hem op als voorzitter. Flip van Koten vervolgt zijn carrière buiten GasTerra, en trad af als voorzitter van de beleggingsadviescommissie, bestuurslid Johan Douma volgde hem op. Sander Swaters nam na vele jaren afscheid als manager van het bestuursbureau om zich ten volle te kunnen wijden aan zijn andere verantwoordelijkheden binnen Gasunie; Eliena van der Velde volgde hem op. Haitse Hoos defungeerde na twee termijnen als lid van de RvT; we zullen zijn werklunches missen. Haitse werd als RvT-lid opgevolgd door Benno Honsdrecht. De Raad spreekt zijn grote dank uit aan de vertrekkende collega’s bij het fonds voor hun wijsheid en betekenisvolle bijdragen aan het fonds gedurende de afgelopen jaren en, niet in het minst, om de buitengewoon prettige wijze van samenwerking.
Groningen, mei 2026
Hennie de Graaf
Benno Honsdrecht
Thijs Driessen (vz.)
Reactie van het bestuur
Het bestuur heeft met veel interesse het verslag van de Raad van Toezicht voor het jaarverslag 2025 gelezen. Het bestuur herkent de observaties van de Raad van Toezicht op de diverse deelgebieden.
De Raad van Toezicht heeft in het verslag een vijftal aanbevelingen. Hieronder gaat het bestuur op deze aanbevelingen in:
1. Houd voldoende oog voor de strategie en continuïteit van het fonds na invoering van de Wtp.
Het bestuur heeft de strategie en continuïteit van het fonds na invoering van de Wtp op bestuurlijke agenda staan. Voorop staat dat het fonds minimaal de eerste vijf jaren na de transitie de pensioenregeling zal uitvoeren. Ter voorbereiding hierop wordt in 2026 specifiek aandacht besteed aan besturen onder Wtp waarbij de focus zal liggen op verantwoordelijkheden en stuurinformatie voor de diverse bestuurscommissies en het bestuur. In het kader van de strategie en continuïteit van het fonds zal in 2027 worden onderzocht of aanpassingen in de fondsgovernance noodzakelijk zijn. Tot slot staat een strategische analyse van de toekomst van het fonds voor 2028 op de planning.
2. Houd aandacht in besluitvorming voor het onderscheid tussen eerstelijns- en tweedelijns risico-opinies.
Deze aanbeveling van de RvT sluit aan bij de wens van de SFH-risicobeheer om dit onderscheid explicieter te scheiden bij omvangrijke besluiten. Voor dergelijke besluiten werkt het fonds sinds het vierde kwartaal van 2025 met een uitgebreide versie van de voorlegger. In deze voorlegger wordt een uitgebreide eerstelijnsrisico-analyse opgenomen. De SFH-risicobeheer kan voor zijn risico-opinie dan zuiver een 2e-lijnsrol vervullen.
3. Expliciteer de evaluatie van het jaarplan van de RCC, en licht de discrepanties tussen de geplande en niet-gerealiseerde activiteiten toe.
De RCC heeft in het boekjaar de voortgang van het jaarplan regelmatig gemonitord. Dit gebeurde via de actielijst van de commissie. Het bestuur heeft voor boekjaar 2026 reeds de afspraak gemaakt dat bij alle commissies het jaarplan en de voortgang ervan met regelmaat worden besproken in de vergadering van de commissies. Ook zijn in 2026 Wtp-acties opgenomen in de jaarplannen van de commissies en is tot slot in jaarplannnen per onderwerp aangegeven of een opinie van één of meerdere SFH’s noodzakelijk is.
4. Overweeg om de complianceofficer voor vergaderingen van de RCC uit te nodigen inzake compliancegerelateerde onderwerpen.
Het bestuur en dan met name de RCC is regelmatig in contact met de complianceofficer van het fonds, deze functionaris levert zijn noodzakelijke input voor het fonds. De RCC zal de aanbeveling ter harte nemen en de complianceofficer uitnodigen voor de RCC-vergadering daar waar dat van meerwaarde kan zijn voor het fonds.
5. Druk op Gasunie voor het voordragen van bestuursleden namens N.V. Nederlandse Gasunie met het oog op het vigerende aftreedschema van de werkgeversvertegenwoordigers in het bestuur.
Het bestuur herkent en deelt de zorgen van de RvT over de continuïteit van de bezetting van het bestuur en de fondsorganen en specifiek voor wat betreft de werkgeversvertegenwoordiging in het bestuur. Het bestuur gaat het gesprek met de werkgever hierover intensiveren en zal het belang van het bemensen van het fonds nogmaals benadrukken. Het hebben van een ondernemingspensioenfonds is een waardevolle invulling van de arbeidsvoorwaarde pensioen, maar het schept naar mening van het bestuur ook verplichtingen die de werkgever zal moeten invullen in 2026 om de continuïteit van het fonds te kunnen waarborgen.
In het jaar 2025 is de heer Hoos als afgetreden als lid van de RvT. Het bestuur dankt hem voor de fijne samenwerking.
Het bestuur spreekt zijn dank uit naar alle leden van de Raad van Toezicht voor de prettige en constructieve wijze waarop zij hun taak gedurende het jaar 2025 hebben uitgeoefend. Het bestuur ziet de samenwerking met de RvT in de toekomst met vertrouwen tegemoet.